Sfeerovergangen in de winstsfeer
Einde inhoudsopgave
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/4.6:4.6 Sfeerovergang bij objectvrijstellingen
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/4.6
4.6 Sfeerovergang bij objectvrijstellingen
Documentgegevens:
Mr. dr. B.F.M. Coebergh, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
Mr. dr. B.F.M. Coebergh
- JCDI
JCDI:ADS630486:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij de toepassing van een objectieve vrijstelling is een lichaam al belastingplichtig. Het gaat dus niet om het opstellen van een openings- of slotbalans die de subjectieve belastingplicht markeert. Ook de voordelen waarop een objectvrijstelling van toepassing is, vallen onder de totaalwinst (zie paragraaf 2.7.1). De winstverantwoording aan de belaste/onbelaste periode wordt niet behelsd door artikel 3.8 Wet IB 2001. Voor dergelijke sfeerovergangen heeft de Hoge Raad de compartimenteringsleer ontwikkeld.
In deze paragraaf zal ik de sfeerovergangen bij toepassing van de objectvrijstellingen behandelen. Bij een dergelijke sfeerovergang is sprake van een overgang van een vrijstelling naar belast of vice versa. Ik beperk me tot de volgende vier objectieve vrijstellingen: de deelnemingsvrijstelling, de landbouwvrijstelling, de bosbouwvrijstelling en de vrijstelling voor overheidstaken. De Hoge Raad heeft over de toepassing van deze vrijstellingen jurisprudentie gewezen die mogelijk relevant is voor mijn onderzoeksvraag. Dat is nog niet het geval voor de vrijstelling voor overheidstaken, aangezien dit een nieuwe regeling betreft. Daardoor is nog onduidelijk hoe de sfeerovergang bij deze vrijstelling behandeld moet worden.
4.6.1 Verschillen tussen feiten- en regelwijzigingen4.6.2 Deelnemingsvrijstelling4.6.3 Landbouwbedrijf4.6.4 Bosbedrijf4.6.5 Overheidstaken4.6.6 Conclusie