De grenzen van het recht op nakoming
Einde inhoudsopgave
De grenzen van het recht op nakoming (R&P nr. 167) 2008/2.6:2.6 Conclusie
De grenzen van het recht op nakoming (R&P nr. 167) 2008/2.6
2.6 Conclusie
Documentgegevens:
mr. D. Haas, datum 02-12-2008
- Datum
02-12-2008
- Auteur
mr. D. Haas
- JCDI
JCDI:ADS376352:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk heb ik een plaatsbepaling gegeven van het recht op nakoming in verschillende rechtsstelsels. In de eerste plaats heb ik gezocht naar de rechtsgrond van het materiële recht op nakoming naar Nederlands recht. Het Nederlands Burgerlijk Wetboek bevat geen bepaling waarin een schuldeiser een vorderingsrecht op nakoming wordt gegeven. Dat een partij die een contract aangaat, kan afdwingen dat de wederpartij zijn belofte gestand doet, vond de wetgever zo vanzelfsprekend dat hij het niet nodig achtte hiervoor een wettelijke basis te scheppen. Hoewel het ontbreken hiervan voor het materiële recht op nakoming geen praktische problemen oplevert, was het desalniettemin vanuit systeemtechnisch oogpunt aanbevelenswaardig geweest wanneer in het BW, net zoals bijvoorbeeld in Duitsland en Frankrijk, een wettelijke basis voor het materiële recht op nakoming had bestaan.
Als introductie op de komende hoofdstukken, waar ik de onderzochte rechtsstelsels geïntegreerd bespreek, heb ik in dit hoofdstuk de regels geschetst rond het recht op nakoming in het Nederlandse, Duitse, Franse en Engelse recht, alsmede in internationale regelingen. Voorts heb ik kort stilgestaan bij de plaats van het recht op nakoming in niet-westerse rechtsstelsels. De hoofdlijnen van het rechts-economische debat over de efficiëntie van nakoming als primaire remedie zijn eveneens weergegeven.
Ten slotte heb ik een standpunt ingenomen ten aanzien van de `metavraag' welke rechtsregel de voorkeur verdient voor het Europees contractenrecht: de regel van de `common law' met schadevergoeding als primaire remedie, of de regel naar `civil law' met het primaat van nakoming. Ten aanzien van die vraag heb ik aangegeven dat ik niet het antwoord heb kunnen vinden welke regel superieur is. De beantwoording van die vraag hangt af van welke visie men op het contractenrecht heeft. De `common law' wordt gekenmerkt door een economischer benadering van het recht, terwijl de `civil law' meer oog heeft voor het normatieve karakter van het contractenrecht. Welke benaderingswijze 'beter' is, is echter een vraag van rechtspolitieke aard die buiten de kaders van dit onderzoek valt. Dat niet te zeggen valt welk rechtssysteem 'beter' is, betekent evenwel niet dat het onmogelijk is op dit punt een voorkeur uit te spreken. Mijn voorkeur voor een rechtsregel op Europees niveau gaat uit naar nakoming als primaire remedie zoals in het continentale model. Deze keuze wordt ingegeven doordat de meeste Europese burgers thans reeds aan deze regel zijn onderworpen, dat veel harmoniseringsprojecten van deze hoofdregel uitgaan en dat weerspiegeling van ethische waarden en gedragsnormen in het contractenrecht een positieve invloed kan hebben op het gedrag van burgers.