De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/15.2.4.2:15.2.4.2 De reikwijdte van de vrijstelling bij acting in concert
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/15.2.4.2
15.2.4.2 De reikwijdte van de vrijstelling bij acting in concert
Documentgegevens:
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS368846:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Indien er sprake is van een biedingsstrijd kan dit overleg met de vennootschap afhankelijk van de omstandigheden van het geval defensief acting in concert opleveren, zie uitgebreid hoofdstuk 8.
Zie over deze kwestie nader Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009/342d en Schut/Anker 2003, p. 472-473 (met verwijzingen).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Volgens art. 2 lid 1 sub a Vrijstellingsbesluit kunnen met instemming van de algemene vergadering van de biedplicht worden vrijgesteld “degenen die alleen of tezamen met personen met wie in onderling overleg wordt gehandeld, rechtstreeks of middellijk overwegende zeggenschap verkrijgen”.
In het normaaltypische geval zal aan alle concert parties vrijstelling worden verleend. Strikt genomen is dat niet nodig. Enkel degene die de meeste stemrechten kan uitoefenen is biedplichtig krachtens art. 5:71 lid 1 sub h Wft. Indien deze partij wordt vrijgesteld, betekent dit niet dat de biedplicht komt te rusten op degenen die na hem de meeste stemrechten kan uitoefenen (§ 15.2.6.3). Dit is anders bij acting in concert in een concernverhouding aangezien daar voor een vrijstelling van de overige groepsmaatschappijen vereist is dat een daartoe aangewezen groepsmaatschappij een bod uitbrengt (§ 15.2.7.2).
Is het mogelijk bepaalde deelnemers wel en andere niet vrij te stellen? Op zichzelf is dit scenario in de praktijk moeilijk denkbaar nu het voorstel tot verlening van de vrijstelling doorgaans door het bestuur in overleg met de vrij te stellen grootaandeelhouder( s) geagendeerd zal worden.1 Indien men in art. 2:114 lid 2 BW leest dat volstaat dat het onderwerp is geagendeerd dan is dit scenario realistischer; aandeelhouders zouden dan een van het voorstel afwijkend besluit kunnen nemen.2