Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II
Einde inhoudsopgave
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/98:98 Voorkomen parallelle procedures en onverenigbare beslissingen
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/98
98 Voorkomen parallelle procedures en onverenigbare beslissingen
Documentgegevens:
mr. J.F. Vlek, datum 30-10-2014
- Datum
30-10-2014
- Auteur
mr. J.F. Vlek
- JCDI
JCDI:ADS510161:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJEG 9 december 2003, C-116/02, Jur. 2003, p. I-14693, NJ 2007/151 m.nt. P. Vlas (Gasser), r.o. 48.
HvJEG 9 december 2003, C-116/02 (Gasser), r.o. 32.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De basis van de beslissing in Gasser is de zorg van het HvJ dat een andere uitkomst de deur open zou zetten voor parallelle procedures in twee lidstaten, met het daarmee gepaard gaande risico van onverenigbare beslissingen. Dit is een heel belangrijke overweging. De doelstelling van de EEX-Verordening is het mogelijk maken van wederzijdse erkenning van beslissingen. Dit doel zou worden gehinderd indien onverenigbare beslissingen afkomstig uit verschillende lidstaten op gelijke voet uitvoerbaar zouden zijn. De regels die in geval van conflicten bij de erkenning en tenuitvoerlegging aangeven welke beslissing voor gaat zijn geen oplossing maar meer een ‘last resort’: art. 34 leden 3 en 4 EEX-Vo. In dergelijke gevallen is het kwaad dat de EEX-Verordening wil bestrijden al geschied: er bestaan twee beslissingen tussen dezelfde partijen met onderling onverenigbare resultaten. Het enkele bestaan van onverenigbare beslissingen kan een bron van spanning tussen lidstaten opleveren en ondergraaft het wederzijdse vertrouwen waarop het EEX-systeem is gebaseerd. Wederzijds vertrouwen in de rechtsbedeling tussen de lidstaten brengt mee dat de in het algemeen lange duur van Italiaanse procedures geen overweging mag zijn om de litispendentiebepaling niet toe te passen. Wederzijds vertrouwen in de casus in Gasser betekent dat de Oostenrijkse rechter erop vertrouwd dat de Italiaanse rechter zich onbevoegd zal verklaren indien de forumkeuze geldig is. Wederzijds vertrouwen betekent ook dat de Oostenrijkse rechter afwacht totdat de Italiaanse rechter zich hierover heeft uitgelaten omdat het hem niet vrijstaat zich over de bevoegdheid van de Italiaanse rechter uit te laten. De bevoegdheidsregels gelden volgens het HvJ immers gelijkelijk voor ieder gerecht in de EU en kunnen door ieder gerecht met hetzelfde gezag worden uitgelegd en toegepast.1 Het betoog van het Verenigd Koninkrijk dat deze redenering niet opgaat in het geval dat de laatst aangezochte rechter zijn bevoegdheid ontleent aan een forumkeuzebeding, omdat in dergelijke gevallen de aangewezen rechter in het algemeen beter in staat zal zijn om zich uit te spreken over de werking van dit beding, gaat derhalve niet op.2