Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/11.3.3.3:11.3.3.3 Beoordeling van enkele rechtstheoretische aspecten
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/11.3.3.3
11.3.3.3 Beoordeling van enkele rechtstheoretische aspecten
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS607854:1
- Vakgebied(en)
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Erfbelasting
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Schenkbelasting
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In hoofdstuk 6 heb ik de contouren geschetst van een uniform partnerbegrip voor de inkomstenbelasting. In mijn voorstel heeft dit begrip alleen een facilitaire functie, en in dit verband moet het worden onderscheiden van het eerder genoemde begrip ‘verbonden persoon’. Op basis van dit onderscheid zouden faciliteiten alleen voor een beperkte kring van partners kunnen gelden, terwijl voor regelingen met een antimisbruikkarakter een ruimere kring van verbonden personen kan worden gehanteerd.
Aangezien in art. 24 SW 1956 eveneens een partnerbegrip met een facilitaire functie is bedoeld, meen ik dat voor deze bepaling kan worden aangesloten bij het begrip ‘partner’ voor de inkomstenbelasting. Zoals in hoofdstuk 5 is beschreven, kan ongehuwd samenwonen meer en meer worden beschouwd als een manier om vorm te geven aan een volwaardige relatie. Deze trend moet naar mijn mening ook fiscaal worden gevolgd. Uit demografisch onderzoek blijkt echter dat relaties van ongehuwde samenwoners minder stabiel zijn dan die van gehuwden: het risico van relatieontbinding is hoger bij ongehuwde samenwoners. In dit verband acht ik een optioneel karakter van hun fiscaal partnerschap gerechtvaardigd. Echter, dit zou naar mijn mening geen jaarlijkse, maar een eenmalige keuzemogelijkheid moeten zijn, waarop slechts kan worden teruggekomen bij beëindiging van de relatie.