Einde inhoudsopgave
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/5.2.3.3
5.2.3.3 Aanduiding van het recht van de begunstigde als economische eigendom
mr. K.R. Filesia, datum 25-09-2023
- Datum
25-09-2023
- Auteur
mr. K.R. Filesia
- JCDI
JCDI:ADS717549:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
C.J. van Zeben, J.W. du Pon & M.M. Olthof (red.), Parlementaire Geschiedenis van het nieuwe Burgerlijk Wetboek. Boek 5, Zakelijke rechten, Deventer: Kluwer 1981, p. 17; A.A. van Velten, Privaatrechtelijke aspecten van onroerend goed (Ars Notariatus nr. 120), Deventer: Kluwer 2018, par. 7.2; HR 5 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AN9687, NJ 2004/316, m.nt. P.A. Stein (Vagobel/Geldnet), waarin Stein in zijn noot de economische eigendom in het kader van de trust bespreekt.
W.G. Huijgen, Economische eigendom, Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink 1995, p. 12; W.G. Huijgen, ‘Focus op economische eigendom anno 2020’, in: C.G. Breedveld-de Voogd e.a. (red), Sluitertijd: reflectief op het werk van Jaap Hijma, Deventer: Kluwer 2020, p. 101. Zie ook: C.Æ. Uniken Venema & S.E. Eisma, Eigendom ten titel van beheer naar komend recht, (Praeadviezen voor de ‘Vereeniging Handelsrecht’ 1990), Zwolle: Tjeenk Willink 1990, p. 15-18; HR 5 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AN9687, NJ 2004/316, m.nt. P.A. Stein (Vagobel/Geldnet), r.o. 3.3.1; HR 3 november 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX8838, NJ 2007/155, m.nt. P. van Schilfgaarde (Nebula), r.o. 3.4; A.A. van Velten, Privaatrechtelijke aspecten van onroerend goed (Ars Notariatus nr. 120), Deventer: Kluwer 2018, par. 7.1. Vgl. ook: art. 2 lid 2 WBR; S.E. Bartels & A.I.M. van Mierlo (m.m.v. H.D. Ploeger), Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht. 3. Vermogensrecht algemeen. Deel IV. Algemeen goederenrecht, Deventer: Kluwer 2013, nr. 581.
Een term die evenzeer in het Nederlandse recht gehanteerd wordt voor de omschrijving van het recht van de (potentiële) begunstigde is de economische eigendom.1 Het begrip ‘economische eigendom’ kan worden gedefinieerd als
“het krachtens een (obligatoire) rechtsverhouding gerechtigd zijn tot in beginsel alle rechten ten aanzien van een goed en gehouden zijn om alle verplichtingen ten aanzien van dat goed te dragen en daarmee het volledige risico van waardeverandering casu quo tenietgaan van het goed voor zijn rekening te nemen, zonder dat het goed in juridische zin geleverd is”.2
De bundel van rechten, bevoegdheden en de daarmee corresponderende remedies die aan de (potentiële) begunstigde in het kader van de trust toekomt, voldoet evenwel over het algemeen niet aan de voornoemde definitie. Allereerst ziet de bundel van rechten, bevoegdheden en remedies van de (potentiële) begunstigde – anders dan hetgeen is gedefinieerd – in beginsel niet op specifieke goederen, doch op (een aandeel in) het dynamische trustfonds en het beheer hiervan. De (potentiële) begunstigden hebben louter een afgeleid belang. Ten tweede heeft de (potentiële) begunstigde met betrekking tot de trustgoederen in beginsel geen verplichtingen en kan in beginsel niet gezegd worden dat de trustee als rechthebbende een juridische lege huls heeft ten aanzien van de trustgoederen en de begunstigden hierbij het volledige belang hebben zoals het geval is bij de economische eigenaar. De trustee is degene aan wie de trustrechtelijke verplichtingen zijn opgelegd en hij draagt als rechthebbende in die hoedanigheid het risico van waardeverandering van de tot het trustfonds behorende goederen. Voorts verkrijgen – behalve begunstigden – ook potentiële begunstigden van een trust een bundel van rechten, bevoegdheden en remedies zonder dat zij individueel een economisch belang hebben. Ten slotte kan iedere (potentiële) begunstigde – behoudens derdenbescherming – in beginsel gebruikmaken van de aan zijn recht verbonden goederenrechtelijke remedies bij een ‘breach of trust’, hetgeen in beginsel geen onderdeel is van de bundel van rechten en verplichtingen van een economische eigenaar. Het recht van de (potentiële) begunstigde heeft daarmee een ietwat ander karakter dan de rechten en verplichtingen van een economische eigenaar. De aanduiding van het recht van de (potentiële) begunstigde in een trust als economische eigendom is derhalve enigszins misleidend.