Einde inhoudsopgave
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/5.2.3.2
5.2.3.2 Classificatie van het recht van de begunstigde als beperkt recht
mr. K.R. Filesia, datum 25-09-2023
- Datum
25-09-2023
- Auteur
mr. K.R. Filesia
- JCDI
JCDI:ADS717402:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
C.Æ. Uniken Venema, Trustrecht en bewind: rechtsvergelijkende beschouwingen met betrekking tot het Anglo-Amerikaanse trustrecht in verband met het bewind, de executele en andere parallelfiguren in het Nederlandse recht (diss. Groningen), Zwolle: Tjeenk Willink 1954, p. 309; C.Æ. Uniken Venema, ‘Anglo-Amerikaanse trusts in het Nederlandse recht’, WPNR 1985/5728, p. 115; C.Æ. Uniken Venema, Law en equity in het Anglo-Amerikaanse privaatrecht: rechtsvergelijkende beschouwingen betreffende de belangrijkste structuren en begrippen in het Anglo-Amerikaanse privaatrecht, Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink 1990, p. 111-114; W.J. Zwalve, C.AE. Uniken Venema’s Common Law & Civil Law. Inleiding tot het Anglo-Amerikaanse vermogensrecht, Den Haag: Bju 2008, p. 297-298; A.E. de Leeuw, Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (diss. Leiden), Deventer: Kluwer 2020, p. 207-208. Vgl. ook: Kamerstukken II 1984/1985, 17496, nr. 10, p. 36; R.D. Vriesendorp, ‘Het Nederlandse goederenrecht en het Haagse Trustverdrag’, in: C.D. van Boeschoten & R.D. Vriesendorp, Het Haagse Trustverdrag in Nederlands perspectief/Het Nederlandse goederenrecht en het Haagse Trustverdrag (Preadvies uitgebracht voor de Vereniging voor Burgerlijk Recht 1994), Lelystad: Koninklijke Vermande 1994, p. 62-65.
Zie ook: D.W. Aertsen, De trust. Beschouwingen over invoering van de trust in het Nederlandse recht (diss. Nijmegen), Deventer: Kluwer 2004, p. 92.
In dezelfde zin: D.W. Aertsen, De trust. Beschouwingen over invoering van de trust in het Nederlandse recht (diss. Nijmegen), Deventer: Kluwer 2004, p. 90-93. Vgl. ook: D.W. Aertsen, De trust. Beschouwingen over invoering van de trust in het Nederlandse recht (diss. Nijmegen), Deventer: Kluwer 2004, p. 154; W. Loof, ‘Een analyse van eigendomsverhoudingen in trusts en trustachtige figuren’, AA 2019/9, p. 663-664.
In de Nederlandse rechtsliteratuur wordt betoogd dat het recht van de (potentiële) begunstigde in de trust in het continentale recht het beste kan worden aangemerkt als c.q. vergeleken met een beperkt zakelijk recht.1 In hoofdstuk 3 is uitvoerig toegelicht dat het effect dat ontstaat ten gevolge van de totstandkoming van de Anglo-Amerikaanse trust, in het Curaçaose recht bij de totstandkoming van de trust bereikt wordt door een goederenrechtelijk verband – het zogenoemde trustverband – dat op de trustgoederen komt te rusten. De strekking van het goederenrechtelijke trustverband bepaalt de werking van de trust en daarmee de rechten, bevoegdheden en remedies die de (potentiële) begunstigde heeft. In tegenstelling hiermee staan de aan een beperkt zakelijk recht verbonden rechten en bevoegdheden vast en zijn niet steeds afhankelijk van een bepaalde strekking. Voorts heeft de bundel van rechten, bevoegdheden en remedies van de begunstigde – anders dan het geval is bij beperkt zakelijke rechten – géén betrekking op specifieke trustgoederen.2 Ten slotte is het zaaksgevolg in het kader van de trust niet het gevolg van de verkrijging van een beperkt zakelijk recht door de (potentiële) begunstigde, doch het effect van het goederenrechtelijke verband dat op de trustgoederen rust. Dientengevolge is – ondanks het feit dat het effect van het goederenrechtelijke verband gelijkenissen vertoont met een beperkt zakelijk recht – een classificatie van het recht van de begunstigde als beperkt zakelijk recht onzuiver.3