Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/1.2.1
1.2.1 Maatschappelijke en juridische ontwikkelingen
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661566:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
Zie Van Hout 2019a; Passchier 2020.
Zie Beleidsdoorlichting Dienstverlening Belastingdienst 2015, p. 13. Zie verder hoofdstuk 3.
Zie paragraaf 2.2.2. Gribnau 2013, p. 96; Brouwers 1981, p. 2; recenter het Advies Raad van State bij Overige fiscale maatregelen 2022, Kamerstukken II 2021–2022, 35 928, nr. 4, V-N 2021/41.8, p. 2, waarin de Afdeling erop wijst dat de eigenwoningregeling dermate gecompliceerd is geworden dat in veel voorkomende, niet uitzonderlijke situaties (bijvoorbeeld verhuizing) de hulp van een deskundige niet kan worden gemist om de juiste gevolgen voor de eigenwoningregeling vast te stellen, hetgeen onwenselijk is. Zie ook Adviescommissie praktische rechtsbescherming in belastingzaken 2021, p. 120.
Jaarplan Belastingdienst 2022, p. 6 e.v.; zie paragraaf 3.2.8.
Jaarplan Belastingdienst 2022, p. 7; Belastingdienst, Visie en ambitie dienstverlening 2021; Meerjarenvisie Belastingdienst 2020-2025, p. 7. Zie ook het rapport van de WRR, De toekomst van de nationale rechtsstaat, 2002, p. 11, waarin wordt gewezen op een spanning tussen de verwachte prestaties van de overheid en de mate waarin de overheid gebonden is aan de beperkingen die de rechtsstaat oplegt (bijvoorbeeld het legaliteitsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel). Hoewel deze spanning op zich niet nieuw is, krijgt ze onder de huidige omstandigheden wel een pregnantere betekenis. De presterende overheid wordt volgens de WRR namelijk tegenwoordig, net als andere grote organisaties, ‘beoordeeld op effectiviteit, efficiency, flexibiliteit, snelheid van optreden, klantvriendelijkheid en afwezigheid van bureaucratische overlast.’
In de eerste plaats vormen algemene maatschappelijke en juridische ontwikkelingen aanleiding om de huidige koers tegen het licht te houden. Het uitgangspunt van de koers van de Hoge Raad dateert uit eind jaren 70, terwijl het speelveld van voorlichting sindsdien enorm is veranderd. Eenvoudig voorbeeld is de komst van internet en digitalisering.1 Dat heeft de hoeveelheid, toegankelijkheid en mogelijkheden van voorlichting sterk vergroot. De Belastingdienst is de afgelopen decennia steeds meer, steeds beter en steeds gevarieerder voorlichting gaan geven aan het publiek.
Belangrijke ontwikkeling is verder dat de functie en het doel van voorlichting in het proces van belastingheffing de afgelopen decennia aanzienlijk is veranderd. Van een aanvankelijk relatief basale informatievorm om kennis over te dragen, is voorlichting in de uitvoeringspraktijk geëvolueerd tot een beleidsinstrument om naleving van fiscale wet- en regelgeving te bevorderen (compliance; zie paragraaf 2.3.3.3).2Factoren als het toegenomen aantal belastingplichtigen, de massaliteit van de belastingheffing, steeds complexere belastingwetgeving en de noodzaak om schaarse uitvoeringscapaciteit efficiënt in te zetten, hebben geleid tot een andere visie op rechtshandhaving, waarin vrijwillige medewerking van belastingplichtigen belangrijk(er) is geworden. De Belastingdienst besteedt daarom bijzonder veel aandacht aan dienstverlening en communicatie (zie hoofdstuk 3).
Bovendien zijn de afgelopen decennia, zo kan zonder twijfel worden aangenomen, fiscale wet- en regelgeving er niet eenvoudiger op geworden. Dat maakt dat burgers in toenemende mate afhankelijk worden van de informatie die de Belastingdienst daarover verstrekt.3 Tegelijkertijd verschijnen regelmatig verontrustende berichten over door de Belastingdienst gemaakte fouten in de uitvoering,4 evenals over de enorme uitvoeringslasten die op de Belastingdienst drukken, mede vanwege de complexiteit van belastingwetgeving. Ondertussen zijn de verwachtingen van burgers over de dienstverlening hooggespannen, net als de eigen ambities van de Belastingdienst over de te leveren kwaliteit.5
De voorlichtende taak van de Belastingdienst is dus belangrijker, maar ook gecompliceerder geworden. Dergelijke ontwikkelingen brengen de noodzaak mee na te gaan of de huidige koers nog steeds is afgestemd op ‘de’ werkelijkheid die het recht bestrijkt.6