Fiscale Europeesrechtelijke aspecten van grensoverschrijdend pensioenverkeer
Einde inhoudsopgave
Fiscale Europeesrechtelijke aspecten van grensoverschrijdend pensioenverkeer (FM nr. 174) 2022/A.2.6:A.2.6 Denkavit
Fiscale Europeesrechtelijke aspecten van grensoverschrijdend pensioenverkeer (FM nr. 174) 2022/A.2.6
A.2.6 Denkavit
Documentgegevens:
Dr. E.A.P. Schouten, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
Dr. E.A.P. Schouten
- JCDI
JCDI:ADS634858:1
- Vakgebied(en)
Pensioenen (V)
Belastingrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Franse werkmaatschappijen keren van 1987 tot 1989 (vóór de inwerkingtreding van de Moeder-dochterrichtlijn) dividenden uit aan hun moedermaatschappij in Nederland. Mede op grond van het Frans-Nederlandse belastingverdrag wordt daarover 5% dividendbelasting geheven. Bij dividenduitkering aan een in Frankrijk gevestigde moedermaatschappij is een nagenoeg volledige vrijstelling van bronbelasting van toepassing. De Nederlandse moedermaatschappij, waar de deelnemingsvrijstelling werd toegepast, werd derhalve geconfronteerd met een bronheffing op het dividend die zij niet kon verrekenen, terwijl, als zij in Frankrijk gevestigd zou zijn, zij in aanmerking was gekomen voor de vrijstelling van dividendbelasting.
Het HvJ oordeelde dat een dergelijk verschil in fiscale behandeling een verboden beperking van de vrijheid van vestiging vormt. De vraag rijst echter of de gevolgen van deze beperking van de vestigingsvrijheid geneutraliseerd worden nu het Frans-Nederlandse belastingverdrag voorziet in de verrekening van de Franse bronbelasting met in Nederland verschuldigde belasting. Deze verrekening is echter beperkt tot het bedrag van de Nederlandse belasting die normaliter over de dividenden verschuldigd zou zijn. Als gevolg van de deelnemingsvrijstelling is die belasting nihil en leidt de verdragstoepassing dus niet tot enige verrekening. Niet Nederland maar Frankrijk moet de gevolgen van de dubbele belastingheffing corrigeren.