Fiscale Europeesrechtelijke aspecten van grensoverschrijdend pensioenverkeer
Einde inhoudsopgave
Fiscale Europeesrechtelijke aspecten van grensoverschrijdend pensioenverkeer (FM nr. 174) 2022/A.2.8:A.2.8 Hoge Raad, 18 oktober 2019, pensioenlichaam gevestigd in Japan
Fiscale Europeesrechtelijke aspecten van grensoverschrijdend pensioenverkeer (FM nr. 174) 2022/A.2.8
A.2.8 Hoge Raad, 18 oktober 2019, pensioenlichaam gevestigd in Japan
Documentgegevens:
Dr. E.A.P. Schouten, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
Dr. E.A.P. Schouten
- JCDI
JCDI:ADS634798:1
- Vakgebied(en)
Pensioenen (V)
Belastingrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hof Den Bosch, 12 juli 2018, nr. 17/00296 tot en met 17/00299, ECLI:NL:GHSHE:2018:2931.
Hof Arnhem-Leeuwarden, 12 januari 2021, nr. 19/01383 t/m 19/01386, ECLI:NL:GHARL:2021:237.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Belanghebbende is een naar Japans recht opgericht fonds dat feitelijk is gevestigd in Japan. Het is een associatie die is ingesteld door 72 aangesloten pensioenfondsen. Zij heeft portfoliodividenden ontvangen van in Nederland gevestigde beursgenoteerde vennootschappen. Daarbij is steeds 15% dividendbelasting ingehouden. In geschil is of belanghebbende op grond van het vrij verkeer van kapitaal recht heeft op teruggaaf van deze ingehouden dividendbelasting.
Voor de vraag of er strijd is met het vrij verkeer van kapitaal moet volgens Hof Den Bosch1 worden vastgesteld of de situatie van belanghebbende vergelijkbaar is met die van een vrijgestelde rechtspersoon als bedoeld in artikel 10, lid 1 Wet DB 1965. In Nederland gevestigde vrijgestelde rechtspersonen als bedoeld in deze bepaling komen voor teruggaaf van dividendbelasting in aanmerking indien de rechtspersoon de uiteindelijk gerechtigde is tot de opbrengsten waarop de dividendbelasting is ingehouden. Het pensioenfonds voert beschikbare premieregelingen uit. Bij een dergelijke regeling kiezen de individuele pensioendeelnemers zelf in welke beleggingen de ingelegde gelden worden belegd en wordt per deelnemer bijgehouden tot welke beleggingen zij gerechtigd zijn. Het is volgens het hof zeer wel denkbaar dat bij dergelijke pensioenregelingen de pensioengerechtigde de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden is. Het hof komt tot de conclusie dat belanghebbende niet aannemelijk maakt dat zij de uiteindelijk gerechtigde is tot de ontvangen dividenden. Er bestaat voor haar geen recht op teruggaaf van ingehouden dividendbelasting, nu ook voor een in Nederland gevestigde rechtspersoon die niet de uiteindelijk gerechtigde is geen recht op teruggaaf bestaat.
In cassatie betoogt het fonds dat het hof bij de beoordeling van de vraag of het fonds al dan niet als uiteindelijk gerechtigde kan worden aangemerkt, is uitgegaan van een onjuiste bewijslastverdeling. De Hoge Raad geeft het fonds hierin gelijk. Hij oordeelt dat het hof de bewijslast over de uiteindelijke gerechtigdheid tot de opbrengst ten onrechte bij het fonds heeft neergelegd. Als de inspecteur betwist dat een verzoeker de gerechtigde is tot de opbrengst, ligt de bewijslast in eerste instantie op de verzoeker om dat aannemelijk te maken. Voor het antwoord op de eventuele vervolgvraag of de verzoeker de uiteindelijk gerechtigde tot de opbrengst is, heeft de inspecteur de stelplicht en de bewijslast. De Hoge Raad verwijst de zaak naar Hof Arnhem-Leeuwarden. Dit hof oordeelde2 dat het fonds geen feiten aannemelijk heeft gemaakt die meebrengen dat zij de gerechtigde is tot de dividenden. De stukken die belanghebbende na verwijzing heeft overgelegd, zijn volgens het hof zeer summier of gebrekkig. Belanghebbende heeft onvoldoende inzicht gegeven in de manier waarop zij is opgericht en in de juridische verhoudingen tot de 72 pensioenfondsen en de wijze waarop daaraan feitelijk uitvoering is gegeven. Het hof is van oordeel dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij naar Nederlandse fiscale maatstaven beoordeeld een niet-transparante entiteit is. Evenmin heeft zij aannemelijk gemaakt dat de betreffende aandelen, waarvan niet in geschil is dat de juridische eigendom niet bij belanghebbende ligt, voor haar rekening werden gehouden. Belanghebbende komt niet in aanmerking voor teruggaaf van dividendbelasting. Dat het teruggaafverzoek moet worden geacht mede namens de 72 aangesloten Japanse pensioenfondsen te zijn gedaan, zoals belanghebbende nog heeft gesteld, volgt volgens het hof niet uit de inhoud van het verzoek.