Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/6.3
6.3 Bretton Woods
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS451670:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie over de opkomst en ondergang van het Bretton Woods-systeem onder andere: Burda & Wyplosz 2013, p. 500-504; Van Dormael 1978; De Grauwe 1996a, p. 16-25; Szász 1999, p. 16-20; Segers 2013, p. 162-168.
Burda & Wyplosz 2013, p. 501.
De Grauwe 1996a, p. 18.
Burda & Wyplosz 2013, p. 500.
Burda & Wyplosz 2013, p. 503. Dit wordt ook wel de Triffin paradox genoemd.
Het systeem werd niet direct geheel overboord gegooid. Men probeerde in eerste instantie een deel van het systeem overeind te houden, tot in maart 1973 definitief het gordijn viel voor het Bretton Woods-systeem.
Niet alleen de Europese Zes besloten na de Tweede Wereldoorlog om meer samen te werken, ook op mondiaal niveau klonk de roep om meer integratie. Vierenveertig landen namen in juli 1944 deel aan de zogeheten Bretton Woods-conferentie.1 Deze bijeenkomst had als doel om na het einde van de Tweede Wereldoorlog een internationaal monetair systeem in te stellen, zodat de economische malaise van de jaren dertig niet nogmaals zou kunnen plaatsvinden. Aangezien de ontwikkeling van de Europese economische en monetaire integratie op het Bretton Woods-stelsel voortbouwt, dient hieraan kort aandacht te worden besteed.
De Bretton Woods-conferentie leidde tot een systeem van vaste wisselkoersen met de dollar als middelpunt. De deelnemende landen spraken af dat één ounce goud gelijk staat aan vijfendertig dollar en dat andere valuta’s werden gekoppeld aan de dollar. De staten dienden ervoor te zorgen dat hun valuta’s niet meer dan één procent afweken van de afgesproken waardes. De dollar vormde zo het hart van het systeem. Dat de keuze voor de kernvaluta op de dollar viel, kwam onder meer doordat de Verenigde Staten de grootste goudvoorraad ter beschikking hadden en als enige over voldoende geloofwaardigheid beschikten om de koppeling van de valuta aan goud te kunnen dragen.2 Het systeem vertrouwde zo op het vermogen van de Verenigde Staten om de waarde van de dollar ten opzichte van het goud te behouden. Toch liepen de andere staten niet al te veel risico, omdat de centrale banken van deze landen dollars konden omwisselen voor goud. Mochten de Verenigde Staten niet voldoende discipline tonen en voor te veel inflatie zorgen, dan zou het inwisselen van dollars een uitkomst bieden.3 Tegelijkertijd hield dit druk op de Verenigde Staten om degelijk monetair beleid te voeren. Naar aanleiding van de Bretton Woods-conferentie werd ook het Internationaal Monetair Fonds (hierna: IMF) opgericht, dat voorafgaande goedkeuring diende te geven voor bijstellingen van de in principe vaststaande wisselkoersen.4
Het vertrouwen in de Verenigde Staten bleek uiteindelijk niet geheel terecht. Hoewel het Bretton Woods-systeem jarenlang zorgde voor stabiele wisselkoersen, hetgeen de handel tussen landen bevorderde, viel het in 1971 uiteen. Hieraan liggen verschillende oorzaken ten grondslag. Ten eerste strookte de hoeveelheid dollars verspreid over de wereld vanaf 1964 niet meer met de goudvoorraad van de Verenigde Staten.5 Officieel konden centrale banken iedere dollar omwisselen tegen goud, maar omdat er meer dollars uitstonden dan de goudvoorraad van de Verenigde Staten kon dekken, werd de geloofwaardigheid van het systeem aangetast. Deze hoeveelheid dollars was ontstaan doordat de Verenigde Staten de drijvende kracht waren achter de wederopbouw van West-Europa na de Tweede Wereldoorlog en vanwege de dominantie van de dollar op het toneel van de wereldeconomie. Ten tweede namen in de slotfase van het Bretton Woods-systeem de publieke uitgaven van de Verenigde Staten sterk toe. Zowel de Vietnamoorlog als grootschalige binnenlandse programma’s zorgden ervoor dat de toename zodanig was dat dit de geloofwaardigheid van de dollar in gevaar bracht. Andere landen protesteerden hiertegen en met name Frankrijk keerde zich tegen de Amerikaanse positie. Op een speciaal belegde persconferentie van 4 februari 1965 kondigde Frankrijk aan dollars om te gaan ruilen voor goud, aangezien die grondstof haar waarde zou behouden. De marktprijs van goud nam toe en de afgesproken wisselkoersen bleken niet langer houdbaar. Uiteindelijk maakte president Nixon op 15 augustus 1971 bekend dat de koppeling tussen de dollar en het goud werd losgelaten. Het mondiale systeem van Bretton Woods bleek onhoudbaar, maar vormde de opmaat naar verdere Europese integratie.6