Het nationale budgetrecht en Europese integratie
Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/6.6:6.6 De Europese Akte
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/6.6
6.6 De Europese Akte
Documentgegevens:
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS457689:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 8A EEG-verdrag.
Zie met name de artikelen 130A en 130B EEG-verdrag.
Artikel 102A, tweede lid, EEG-verdrag.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Europese Akte wijzigt de drie oprichtingsverdragen van de EU: het EGKS-verdrag, het EEG-verdrag en het Euratom-verdrag. Drie punten uit de Europese Akte zijn van belang voor de ontwikkeling van de Europese economische en monetaire integratie.
Ten eerste is in de Europese Akte vastgelegd dat de interne markt geleidelijk tot stand wordt gebracht in een periode die eindigt op 31 december 1992.1 Het begrip ‘interne markt’ wordt hierbij gedefinieerd als een ruimte zonder binnengrenzen met vrij verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal.
Hoewel de Europese Akte geen inhoudelijke bepalingen over de EMU kent, wordt verder het belang van gezamenlijk optrekken op economisch terrein duidelijk benadrukt.2 De economische samenhang tussen de lidstaten moet volgens de Europese Akte worden versterkt en het belang van coördinatie van economisch beleid wordt geaccentueerd.
Tot slot gaat de Europese Akte in op de vraag hoe een verdere ontwikkeling van economische en monetaire integratie eruit zou moeten zien. Op grond van artikel 235 van het EEG-verdrag had de Raad de bevoegdheid om ‘passende maatregelen’ te nemen indien een optreden van de Gemeenschap noodzakelijk zou blijken om de doelstellingen uit het EEG-verdrag te verwezenlijken en het verdrag niet in de daartoe vereiste bevoegdheden voorzag. Tussen de lidstaten bestond discussie over de vraag of op basis van deze bepaling nadere stappen gezet konden worden ter bevordering van economische en monetaire integratie, of dat daarvoor een verdragswijziging nodig was. De Europese Akte maakte hieraan een einde door een bepaling op te nemen waarin staat dat indien voor een verdere ontwikkeling van de integratie institutionele wijzigingen nodig zijn, dit gebaseerd moet worden op artikel 236 van het EEG-verdrag, waarin de herziening van het verdrag geregeld is.3 Dit zorgde ervoor dat bij nadere samenwerking herziening van het verdrag of de totstandkoming van een nieuw verdrag nodig zou zijn. Hiermee werd uitgesloten dat meer integratie zou kunnen verlopen via artikel 235 van het EEG-verdrag, en dus zonder nadere expliciete verdragswijziging.