De notaris en gelijk oversteken
Einde inhoudsopgave
De notaris en gelijk oversteken (AN nr. 184) 2024/4.2:4.2 VPCT; rechtsvergelijkende perspectieven
De notaris en gelijk oversteken (AN nr. 184) 2024/4.2
4.2 VPCT; rechtsvergelijkende perspectieven
Documentgegevens:
mr. T.J. Bos, datum 01-05-2023
- Datum
01-05-2023
- Auteur
mr. T.J. Bos
- JCDI
JCDI:ADS941616:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ik meen dat de VPCT enkele aantrekkelijke eigenschappen kent die als inspiratie kunnen dienen bij het nadenken over een alternatieve inrichting van het Nederlandse stelsel van afwijkingen en transactiezekerheden. Het eerste voordeel is dat de VPCT één doctrine behelst die conflicten tussen verkrijgers en andere verkrijgers en/of schuldeisers reguleert, en dat deze doctrine – behoudens de praktische invulling van derdenbescherming – op dezelfde wijze geldt voor ieder type goed. Dit maakt het vermogensrecht op dit punt consistenter, makkelijker te begrijpen, en doet meer recht aan de commerciële werkelijkheid te weten dat het economisch belang bij goederen niet altijd toekomt aan de formele eigenaar, maar dat – door middel van bijvoorbeeld aandelen of certificaten – het economisch belang toegedeeld kan worden. Een ander interessant perspectief is dat de VPCT in de mate van derdenwerking een onderscheid maakt tussen verkrijgers en schuldeisers, in die zin dat de VPCT de koper een sterker recht geeft tegen laatstgenoemde categorie. De uitkomst die volgt uit paragraaf 2.5, te weten dat ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’ toereikend is om te verwezenlijken dat een goed terechtkomt bij de persoon die daar het meeste belang bij heeft en dat – vanuit rechtseconomisch perspectief – weinig aanleiding bestaat om hiervan af te wijken, wordt door middel van deze eigenschap van de VPCT vertaald naar geldend Engels recht. In het conflict tussen een koper en schuldeisers kan – blijkens paragraaf 2.3 – een afwijking of transactiezekerheid ten gunste van de koper juist makkelijker rechtseconomisch gerechtvaardigd worden, hetgeen ook terugkomt in de VPCT; de VPCT is namelijk van toepassing bij, in beginsel, ieder type goed (niet alleen bij registergoederen) en iedere beschikkingshandeling (niet alleen bij overdracht in kader van (ver)koop). Bovendien kunnen eventuele nadelige consequenties voor schuldeisers gecompenseerd worden door de mogelijkheden tot het vernietigen van paulianeuze rechtshandelingen te verruimen. Het vereiste van specific performance legt bovendien de basis voor de gedachte dat bij de vraag of de koper goederenrechtelijke bescherming verdient vóórdat de formele levering heeft plaatsgevonden, de aard van het goed van betekenis kan zijn. Unieke goederen (een voor de bedrijfsvoering essentieel intellectueel eigendomsrecht bijvoorbeeld) dienen eerder aan de koper die met het oog op dat specifieke goed een contract heeft gesloten te worden toegewezen. Het is voor de schuldeisers van de verkoper niet heel bezwaarlijk om te wachten totdat de verkoper de koopsom binnen heeft, omdat de koopsom doorgaans hoger is dan de executiewaarde van het verkochte goed en zich bovendien direct laat verdelen (in plaats van dat eerst openbare verkoop moet plaatsvinden). Dit brengt ook mee dat afwijkingen of transactiezekerheden ten gunste van de verkoper (dus ten koste van schuldeisers van de koper) minder makkelijk te rechtvaardigen zijn; schuldeisers van de koper kunnen zich immers vóór de transactie verhalen op een makkelijk te verdelen koopsom, maar moeten ná de transactie verhaal zoeken op het gekochte goed. Ik heb om deze reden mijn twijfels bij de vraag of de heersende leer m.b.t. de notariële kwaliteitsrekening zoals uiteengezet in paragraaf 3.2 ook de meest wenselijke uitkomsten produceert. Bovendien deel ik – in navolging van de VPCT – het idee dat een gebrek aan publiciteit niet fataal is voor het rechtsverkeer bij conflicten tussen een koper en schuldeisers (zie par. 5.1.3). Het zoeken van verhaal is – zeker in faillissement, en net als in Angelsaksische landen – een tijdrovende procedure, waardoor er genoeg gelegenheid bestaat voor de koper om zijn aanspraken uit hoofde van een afwijking of transactiezekerheid aannemelijk te maken.