De notaris en gelijk oversteken
Einde inhoudsopgave
De notaris en gelijk oversteken (AN nr. 184) 2024/4:4 Rechtsvergelijkend perspectief; de VPCT
De notaris en gelijk oversteken (AN nr. 184) 2024/4
4 Rechtsvergelijkend perspectief; de VPCT
Documentgegevens:
mr. T.J. Bos, datum 01-05-2023
- Datum
01-05-2023
- Auteur
mr. T.J. Bos
- JCDI
JCDI:ADS941655:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij de analyse van afwijkingen/transactiezekerheden vallen drie zaken op. Ten eerste vormt het Nederlandse stelsel nogal een lappendeken, in die zin dat de ratio achter afwijkingen en transactiezekerheden – omwille van rechtseconomische- of billijkheidsargumenten een alternatieve verdeling van goederen bewerkstelligen – wordt belichaamd door vele instrumenten die op verschillende wijzen functioneren en verschillende maatstaven hanteren. Ten tweede springt de reikwijdte van transactiezekerheden in het oog. De meest exemplarische transactiezekerheid – de Vormerkung – kan bijvoorbeeld slechts worden ingezet bij de koop van registergoederen. In de memorie van toelichting wordt weliswaar erkend dat kopers in algemene zin bescherming verdienen bij hun belang op nakoming, maar toch wordt deze bescherming beperkt tot (de koop van) registergoederen zonder bij andere typen goederen stil te staan. Ook andere goederenrechtelijke beschikkingshandelingen zoals het vestigen van een hypotheekrecht, kunnen niet worden veiliggesteld met een Vormerkung, terwijl hypothecaire financiering in de praktijk vaak vereist is om de overdracht van het registergoed zelf tot stand te laten komen. Ook biedt de Vormerkung geen soelaas voor degene die een andere wederprestatie dan geld voor het registergoed accepteert (ondanks art. 7:50 BW) en degene die – in plaats van het registergoed zelf – aandelen ontvangt in een kapitaalvennootschap die gerechtigd is tot het registergoed. Zeker bij de laatste situatie, waarbij de verkrijger van de aandelen in economische/praktische zin toch een met eigendom vergelijkbare positie verwerft ten aanzien van de zaak, voelt de beperking tot onroerende zaken merkwaardig. Bovendien is goed denkbaar dat andere goederen, zoals intellectuele eigendomsrechten, tegenwoordig in de bedrijfsvoering een minstens zo belangrijke rol vervullen als registergoederen: waarom kan de koper van dergelijke rechten geen beroep doen op de bescherming van de Vormerkung? Ten derde vormt ook een opmerkelijke eigenschap dat de rechtseconomische rechtvaardiging voor afwijkingen of transactiezekerheden het sterkst is indien het belang van een verkrijger wordt beschermd ten koste van een verhaal zoekende schuldeiser i.p.v. jegens een verkrijger (zie par. 2.3 en 2.5), maar dat de meest exemplarische transactiezekerheid – de Vormerkung – in zijn derdenwerking geen verschil maakt tussen verkrijgers (art. 7:3 lid 3 sub a en b BW) en verhaal zoekende schuldeisers (art. 7:3 lid 3 sub f en g BW), terwijl ook billijkheidsargumenten niet de werking jegens andere verkrijgers bevredigend kunnen verklaren.
Het probleem dat afwijkingen en transactiezekerheden proberen op te lossen is niet uniek voor Nederlands recht; ook andere jurisdicties hebben geworsteld met de vraag onder welke omstandigheden een transactie doorgang zou moeten vinden vanwege rechtseconomische- of billijkheidsargumenten, ten koste van bijvoorbeeld andere verkrijgers en/of schuldeisers. Deze paragraaf behandelt de oplossing die het Engelse recht voor dit probleem heeft ontwikkeld, te weten de Vendor Purchaser Constructive Trust (hierna: VPCT). Paragraaf 5.1 analyseert deze rechtsfiguur en paragraaf 5.2 benadrukt hoe de VPCT een alternatieve oplossingsrichting biedt voor de hierboven gesignaleerde eigenaardigheden.
4.1 Introductie VPCT4.2 VPCT; rechtsvergelijkende perspectieven