De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/6.4.2:6.4.2 Wanneer is een inmenging necessary in a democratic society?
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/6.4.2
6.4.2 Wanneer is een inmenging necessary in a democratic society?
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS372097:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
EHRM 8 oktober 2009, appl.nr. 37083/03 (Tebieti Mühafize Cemiyyeti And Israfilov) r.o. 67 en 68, EHRM 25 maart 1983, appl.nrs. 5947/72; 6205/73; 7052/75; 7061/75; 7107/75; 7113/75; 7136/75 (Silver). Zie Van Dijk en Van Hoof, par. 5.2.4.
Zie Van Dijk en Van Hoof, par. 5.2.4.
Zie daarover par. 5.4.2.1.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het vereiste dat een inmenging necessary is in een democratische samenleving houdt (onder meer) in dat de aanleiding voor een inmenging moet liggen in een klemmende maatschappelijke behoefte (“pressing social need”) en dat deze inmenging proportioneel is in relatie tot het belang van het daarmee nagestreefde doel.1 Daarbij dient onder meer te worden stilgestaan bij de aard, ernst en gevolgen van de maatregelen die de uitoefening van de vrijheid van vereniging belemmeren en de nadelige effecten die dit naar verwachting zal hebben voor de rechten van burgers (in het algemeen en in het voorliggende geval).2
Bij het beoordelen of de inmenging necessary in a democratic society is, heeft een EVRM-lidstaat een margin of appreciation.3 In par. 6.4.1 kwam reeds ter sprake dat deze margin of appreciation beperkt is, althans als het gaat om de gevallen waaromtrent het EHRM normaliter oordeelt als de vrijheid van vereniging in het geding is. Of dat ook het geval is in de gevallen waarover de ondernemingskamer normaliter oordeelt, zal hierna worden besproken.