Vijandige overnames
Einde inhoudsopgave
Vijandige overnames (IVOR nr. 79) 2010/5.1:5.1 Inleiding
Vijandige overnames (IVOR nr. 79) 2010/5.1
5.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. M.J. van Ginneken, datum 23-11-2010
- Datum
23-11-2010
- Auteur
mr. M.J. van Ginneken
- JCDI
JCDI:ADS620125:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In de meest simpele vorm, wordt de doelvennootschap een 100% dochter van de ovememer. In de praktijk bestaat er een groot aantal variaties in de wijze waarop een dergelijke acquisitie kan worden gestructureerd, maar in alle gevallen worden de aandelen in de doelvennootschap verworven. Meestal wordt er speciaal voor de overname een dochtervennootschap opgericht die de aandelen verwerft. Na de overname worden de dochter en de doelvennootschap gefuseerd.
Zie over de behandeling van pakketvergoedingen Eisma (2008).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Er zijn verschillende manieren waarop de activiteiten van een beursvennootschap kunnen worden overgenomen. Kort gezegd kan dit door de overname van alle activa, door middel van een juridische fusie en door het verwerven van alle aandelen. De eerste twee methoden vereisen de medewerking van het bestuur van de doelvennootschap en zijn dan ook niet geschikt voor vijandige overnames. Kenmerkend daarvoor is immers dat de overnamepoging wordt gedaan tegen de wil van de vennootschapsleiding van de doelvennootschap en dus ook zonder haar medewerking. Vijandige overnemers dienen zich dus als het ware over het hoofd van de vennootschapsleiding heen rechtstreeks te richten tot de aandeelhouders van de doelvennootschap. De klassieke manier om een vijandige overname te bewerkstelligen is dan ook de derde methode, het verwerven van alle aandelen van de doelvennootschap.1 De leiding van de doelvennootschap behoeft daarbij in principe geen rol te spelen, de overnemer koopt de aandelen direct van de aandeelhouders. Deze verwerving van aandelen kan op verschillende manieren. Men kan de aandelen onderhands kopen via de normale beurshandel of via bloktransacties met (grote) aandeelhouders, waarbij een pakket aandelen in een keer van dezelfde partij wordt gekocht.2 In de praktijk zal het vaak moeilijk zijn via dergelijke onderhandse transacties een overname van een beursvennootschap te bewerkstelligen. De door de overnemer zelf gecreëerde vraag zal de koers van de aandelen waarschijnlijk doen stijgen, waardoor de overname duurder wordt. Bovendien zal het tijdrovend en duur zijn. Een tweede methode om aandelen te verwerven is het uitbrengen van een openbaar bod. Hierbij kunnen aandeelhouders hun aandelen tegen een bepaalde prijs en op bepaalde voorwaarden aan de overnemer aanbieden. In de praktijk vindt vaak een combinatie van deze twee methoden plaats. Door één of meer onderhandse transacties verschaft de overnemer zich een positie in de doelvennootschap (in de VS worden dit ook wel beachhead of foothold acquisitions genoemd), waarna men overgaat tot het uitbrengen van een openbaar bod op de rest van de aandelen. In dit hoofdstuk ga ik op de twee genoemde methoden in. Hierbij ligt de nadruk op de regulering van overnamebiedingen.
De overnemende partij dient doorgaans een groot aantal regels in acht te nemen. De toepasselijke regels zijn vaak van effectenrechtelijke aard, die primair worden gehandhaafd door de overheid. Met name in de VS speelt daarnaast de private handhaving door aandeelhouders een grote rol. De toepasselijke regels zien met name op transparantie. De regulering van openbare biedingen bevat daarnaast ook een groot aantal procedurele regels. In § 5.2 beschrijf ik de situatie in de VS, waarbij ik onderscheid maak tussen onderhandse aankoop van aandelen (§ 5.2.2) en openbare biedingen (tender offers) (§ 5.2.3). In § 5.3 komt vervolgens de Nederlandse regulering aan de orde. Ook hier maak ik het onderscheid tussen onderhandse aankoop (§ 5.3.2) en openbare biedingen (§ 5.3.3). Vervolgens ga ik in op het verplicht bod, dat met de implementatie van de Richtlijn in de Nederlandse wetgeving is geïntroduceerd (§ 5.3.4). In § 5.4 rond ik af met een analyse van de verschillen op dit gebied tussen beide rechtssystemen.