Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/21.2.0
21.2.0 Introductie
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS577867:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Een greep: Crum/Kristen (2002), Doorenbos (2003) en (2005), Schreurs (2005), Roth (2005), Nieuwe Weme/Stevens (2006) en (2008), Hoff (2007a), p. 383 e.v., (2007b) en (2008b) en Grundmann-van de Krol (2008a), p. 303 e.v.
Strikt genomen spreekt art. 5:25i, onderdelen a en b Wft, van 'financiële instrumenten'. Daaronder wordt mede verstaan — in onderdeel b — 'een koopovereenkomst inzake een financieel instrument.' Door Hoff (2008b), p. 324-326, is een uitvoerig en niet erg overtuigend pleidooi gehouden over de vraag wat de reikwijdte van dit begrip zou moeten zijn. Met Nieuwe Weme/Stevens (2008), p. 191, meen ik dat de verplichting tot publicatie van koergevoelige informatie beperkt is tot beursvennootschappen die financiële instrumenten hebben 'uitgegeven'. Dat het verbod op gebruik van voorwetenschap daarnaast ziet op 'koopovereenkomsten inzake een financieel instrument' is niet onlogisch. Dat de indruk wordt gewekt dat ook een verplichting tot publicatie van 'koersgevoelige informatie' omtrent dergelijke overeenkomsten zou bestaan, is te wijten aan (implementatie van) ongelukkige formuleringen in de Richtlijn Marktmisbruik.
Art. 5:25i, lid 2, Wft. In dit artikel wordt verwezen naar de definitie van voorwetenschap die is opgenomen in art. 5:53, lid 1, Wft. Tot de inwerkingtreding van de Wet tot implementatie van de Transparantierichtlijn was de verplichting openomen in art. 5:59, lid 1, Wft. Voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wft — op 1 januari 2007 — in het op 1 oktober 2005 in werking getreden art. 47 Wte 1995. Een soortgelijke bepaling was voorafgaand daaraan opgenomen in art. 28h FR. Hierover: Nieuwe Weme/Stevens (2008), p. 180-183. Zie over art. 28h FR: Vletter-van Dort (2001), p. 131 e.v.
Kort gezegd (i) moet het uitstel een rechtmatig belang dienen, (ii) mag van het uitstel geen misleiding van het publiek te duchten zijn en (iii) moet de beursvennootschap de vertrouwelijkheid van de informatie waarborgen. Hierover meer uitvoerig § 2.3 van dit hoofdstuk.
Art. 5:25m, lid 2, Wft.
Art. 5:25m, lid 3, Wft. Overzichten van de soort informatie die zoal moet worden gepubliceerd geven Van der Korst (2007), 203-212 en Nieuwe Weme/Stevens (2008), p. 222-242.
Over de — thans in art. 5:25i, lid 2, Wft opgenomen — verplichting tot onverwijlde publicatie van "koersgevoelige informatie" is de afgelopen jaren een indrukwekkende hoeveelheid literatuur gepubliceerd.1 De kern van deze verplichting bestaat eruit dat Nederlandse beursvennootschappen rechtstreeks op door haar betrekking hebbende informatie, "die concreet is en niet openbaar is gemaakt en waarvan openbaarmaking significante invloed zou kunnen hebben op de koers" van door haar uitgegeven effecten2, onverwijld dienen te publiceren.3 De beursvennootschap kan op grond van art. 5:25i, lid 3, Wft, publicatie van deze informatie, die ik hierna aanduid als "koersgevoelige informatie", uitstellen indien wordt voldaan aan een drietal cumulatieve voorwaarden.4
Publicatie dient plaats te vinden door middel van een persbericht dat gelijktijdig wordt uitgebracht in Nederland alsmede in elke andere lidstaat waar van de beursvennootschap financiële instrumenten met haar instemming tot de handel van een gereglementeerde markt zijn of worden toegelaten.5 Tevens bepaalt de Wft dat de koersgevoelige informatie onverwijld op de web site van de beursvennootschap openbaar moet worden gemaakt.6