Einde inhoudsopgave
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/IV.4.4.4
IV.4.4.4 Nuance
mr. T.R. Bleeker LLM, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. T.R. Bleeker LLM
- JCDI
JCDI:ADS460264:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
“Voor alle handelingen die een persoon als bestuurder verricht geldt de ‘persoonlijk een ernstig verwijt’norm”, Schild 2015, p. 1052. Dit algemene karakter kan ook worden afgeleid uit o.a. HR 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:470 (concl. A-G Drijber), NJ 2018/330, m.nt van Schilfgaarde; Ondernemingsrecht 2018/81, m.nt. Lennarts; AA20180502, m.nt. Assink (X/TMF), r.o. 3.3.2. Zie voorts het Pommé-arrest waarin de Hoge Raad de ernstig verwijt-maatstaf hanteert als een aan de onrechtmatige daad nevengeschikte toets: HR 10 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2930, JOR 2014/297, m.nt. Kroeze (Pommé), r.o. 4.5.3.
Zie ook wat ik hierboven schrijf over wenselijk defensief bestuurlijk gedrag in par. IV.3.4.6.
Verstijlen 2013.
Hiermee verwijs ik naar Beklamel-situaties, waarover meer in par. IV.2.6.2.
In het voorbeeld dat ik hier geef is wel voldaan aan de voorwaarden uit de vestigingsfase van de onrechtmatige daad, maar wordt de verplichting tot de vergoeding van schade beperkt in de omvangsfase doordat niet de hele schade in redelijkheid kan worden toegerekend (art. 6:98 BW) en er sprake is van eigen schuld in de zin van artikel 6:101 BW.
Zie daaromtrent par. IV.6.
De terugkeer naar de gewone onrechtmatige daad zorgt niet alleen voor een duidelijker en beter passend systeem, maar ook voor een genuanceerder systeem. Binnen de gewone regels van de onrechtmatige daad kunnen bestuurders gerichter worden beschermd tegen excessieve aansprakelijkheid dan nu het geval is met de ernstig verwijt-maatstaf. Een aansprakelijkheidsdrempel op maat houdt in dat bestuurders waar nodig worden beschermd tegen aansprakelijkheid, en vice versa, dat bestuurders geen aanvullende bescherming krijgen waar dat onnodig of onwenselijk is. Dat is een belangrijk verschil tussen de ernstig verwijt-doctrine en de gewone onrechtmatige daad: de ernstig verwijt-maatstaf lijkt te gelden voor alle gevallen waarin een bestuurder in hoedanigheid handelt.1 Deze aanvullende bescherming is niet altijd gerechtvaardigd. Bij de onrechtmatige daad zal per geval en per norm verschillen hoe hoog de aansprakelijkheidsdrempel is.2 Dit is denk ik wat Verstijlen bedoelde toen hij zei dat “niet de botte bijl van het ernstige verwijt, maar de scalpel van een zorgvuldig geformuleerde norm moet worden ingezet.”3
Bijvoorbeeld, als een bestuurder door het aangaan van een aantal veelbelovende doch risicovolle overeenkomsten het faillissement van zijn noodlijdende rechtspersoon tracht te voorkomen, dan dient bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het bestuurlijk handelen – om de beleidsvrijheid van de bestuurder te waarborgen, en om recht te doen aan het onzekere en complexe karakter van het besturen van een rechtspersoon – te worden uitgegaan van een hoge aansprakelijkheidsdrempel.4 Als daarentegen de bestuurder aansprakelijk wordt gesteld in verband met het creëren van een gevaarlijke werksituatie waardoor een werknemer letselschade heeft opgelopen, dan is er geen reden voor een verhoogde aansprakelijkheidsdrempel of een terughoudende rechterlijke toets. Binnen het systeem van de onrechtmatige daad kan telkens via de normstelling een goede aansprakelijkheidsdrempel worden gevonden. Daarmee wordt voorkomen dat door de generieke werking van de ernstig verwijt-maatstaf de bestuurder ruimer wordt beschermd dan gepast is.
Ook in een ander opzicht kan toepassing van de gewone onrechtmatigedaadsregels leiden tot meer nuance. De ernstig verwijt-maatstaf noopt namelijk tot een ‘alles of niets’-benadering. Als de rechter bijvoorbeeld het causale verband tussen bestuurlijk handelen en de schadelijke gevolgen net niet sterk genoeg vindt om te spreken van een ernstig verwijt, dan loopt daarop de hele aansprakelijkheid van de bestuurder vast. Bij de gewone onrechtmatige daad zijn verschillende tussenoplossingen mogelijk. De rechter kan bijvoorbeeld oordelen dat een bestuurder wél toerekenbaar in strijd heeft gehandeld met een norm die strekt tot de bescherming van de eiser en daarmee schade heeft aangericht, maar dat de bestuurder slechts gehouden is tot de vergoeding van een beperkt deel van de geleden schade.5 Dit kan bijvoorbeeld omdat er ook sprake is van eigen schuld van de eiser of omdat de schade onvoorzienbaar was. Op deze manier blijft de aansprakelijkheid van de leidinggevende beperkt zonder de ernst van de onrechtmatige daad te bagatelliseren. Dan is het bijvoorbeeld nog wel mogelijk om door middel van een rechterlijk verbod herhaling van de onrechtmatige daad te voorkomen.6