Einde inhoudsopgave
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/3.3.4.1.1.1
3.3.4.1.1.1 De overdracht ten titel van trust
mr. K.R. Filesia, datum 25-09-2023
- Datum
25-09-2023
- Auteur
mr. K.R. Filesia
- JCDI
JCDI:ADS717497:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De letterlijke overname van de tekst van het HTV levert echter problemen op voor de Curaçaose trust. Vgl. in dit kader art. 2 lid 1 HTV.
MvT Landsverordening trust, Publicatieblad 2011, nr. 67, p. 5. Zie ook: Statenstukken 2009/10, 2519, nr. 6 (Nota van wijziging Landsverordening trust), p. 12 (onderdeel B), waarin wordt toegelicht dat de termen ‘overdracht’ en ‘in de macht brengen’ worden vermeden in de wetsartikelen, in tegenstelling tot het gebruik van ‘in de macht brengen’ in artikel 2 lid 1 HTV. Hoewel de Curaçaose wetgever in de nota van wijziging heeft aangegeven dat de trustee ‘rechthebbende’ wordt op goederen die hij ‘verkrijgt’, was het op dat tijdstip nog steeds niet duidelijk op welke wijze het toevertrouwen aan de trustee diende plaats te vinden.
Zie paragraaf 2.4.5.2 en de literatuur waarnaar aldaar wordt verwezen.
In dit kader behelst de overdracht ten titel van trust in tegenstelling tot het Anglo-Amerikaanse recht, een meerzijdige rechtshandeling. Vgl. C.Æ. Uniken Venema, Trustrecht en bewind: rechtsvergelijkende beschouwingen met betrekking tot het Anglo-Amerikaanse trustrecht in verband met het bewind, de executele en andere parallelfiguren in het Nederlandse recht (diss. Groningen), Zwolle: Tjeenk Willink 1954, p. 153 en H.L.E. Verhagen, ‘Het Haagse Trustverdrag’, in: D.J. Hayton e.a. (red.), Vertrouwd met de trust. Trust and trust-like arrangements (serie ondernemingen en recht), Deventer: W.E.J. Tjeenk Willink 1996, p. 116.
Voor de trust ter verwezenlijking van een bepaald doel zie paragraaf 3.3.10.
Zie voor een uitvoerige bespreking van het recht van de begunstigde paragraaf 3.3.9.
De trust ter verwezenlijking van een bepaald doel in het Curaçaose recht is in zekere zin een combinatie van de in het Anglo-Amerikaanse recht bekende ‘charitable’ trust en de ‘purpose’ trust.
Een oplossing voor het hierbedoelde knelpunt is te vinden in paragraaf 4.3.3.
MvT Landsverordening trust, Publicatieblad 2011, nr. 67, p. 6.
MvT Landsverordening trust, Publicatieblad 2011, nr. 67, p. 6.
Het is overigens niet ondenkbaar dat meerdere instellers tezamen een trust tot stand brengen.
Naar mijn mening is een overdracht van de aangewezen goederen aan de beoogde trustee onder opschortende voorwaarde van de totstandkoming van de trust in casu evenmin mogelijk, gelet op het feit dat de overdracht ten titel van trust één van de voorwaarden is voor de instelling van de Curaçaose trust en derhalve het ontstaan van het trustverband.
Met betrekking tot de eerste wijze van toevertrouwen is het als gevolg van de letterlijke overname van de verdragstekst en dubbelzinnig taalgebruik van de Curaçaose wetgever in de toelichtingstekst, lastig geweest om te bepalen wat de wetgever exact met de term ‘in de macht brengen’ heeft bedoeld.1
De memorie van toelichting zegt het volgende:
“Zo wordt de term overdracht vermeden, maar wordt gesproken van het in de macht brengen van de trustee, hetgeen een zgn. ‘economische eigendomsoverdracht’ niet uitsluit, waarbij aan de trustee persoonlijke rechten worden verschaft.”2
De aangehaalde passage is in mijn ogen in zekere mate verwarrend geweest. Ik meen dat de wetgever met het begrip ‘in de macht brengen’ in casu heeft gedoeld op een rechtshandeling die een verschuiving van de trustgoederen van de insteller naar de andere persoon die trustee wordt, teweegbrengt. Om verwarring te voorkomen zou in mijn optiek, in tegenstelling tot hetgeen de wetgever in de eerdergenoemde passage heeft aangegeven, juist te allen tijde de term overdracht moeten worden gebezigd. De reden hiervoor is dat de verschuiving van de trustgoederen zonder meer door een overdracht wordt bewerkstelligd. Voorts spreekt het Anglo-Amerikaanse trustrecht eveneens van een ‘transfer in trust’, ofwel een overdracht in trustverband.3
Teneinde een einde te maken aan de onzekerheid die bestond ten aanzien van de wijze van interpretatie van de term ‘in de macht brengen’ en om duidelijkheid te verschaffen over de wijze waarop de vermogensverschuiving tussen de insteller en de trustee dient te geschieden, heeft in 2020 een wetswijziging plaatsgevonden en is een vierde lid aan art. 3:127 BWC toegevoegd. Hierin is bepaald dat voor een verkrijging van de trustgoederen door de beoogde trustee bij de instelling van een trust, een overdracht in de zin van titel 3.4 BWC wordt vereist.4
Indien de insteller aldus een keuze maakt voor de eerste wijze van toevertrouwen, draagt hij een aantal goederen ten titel van trust over aan de aangewezen trustee. Deze overdracht brengt zoals eerder is aangestipt, een verschuiving van de trustgoederen van de insteller naar de trustee teweeg.5 Dientengevolge wordt de trust tot stand gebracht en komt het trustverband – onmiddellijk na de voltooiing van de levering van de aangewezen goederen aan de beoogde trustee – op de goederen te rusten. De totstandkoming van de trust heeft tot gevolg dat direct op dat tijdstip van rechtswege een trustrechtelijke rechtsbetrekking ontstaat tussen de trustee en de (potentiële) begunstigde, waaruit diverse rechten, verplichtingen en bevoegdheden voortvloeien.6 De trustee wordt de volledige rechthebbende van de trustgoederen en verkrijgt krachtens het trustverband de formele beschikkingsmacht hierover.7
Voordat de instelling van de trust plaatsvindt, zijn zowel de formele beschikkingsmacht over een goed als het economisch belang in een goed in de persoon van de insteller als rechthebbende verenigd. Zodra de trust rechtsgeldig tot stand komt, vindt er – als gevolg van het ontstaan van de trustrechtelijke rechtsverhouding tussen de trustee en de (potentiële) begunstigde – een splitsing van macht en belang plaats en verkrijgt de (potentiële) begunstigde van rechtswege een bundel van rechten, bevoegdheden en remedies – het zogenoemde recht van de begunstigde – die, afhankelijk van de strekking van het trustverband, een economisch belang omvat.8
Men realisere zich evenwel dat de verkrijging van de bundel van rechten, bevoegdheden, remedies en derhalve het recht van de begunstigde, uitsluitend mogelijk is indien een trust wordt ingesteld ten behoeve van een aantal (potentiële) begunstigden. Enkel personen die als begunstigde zijn aangewezen of onderdeel zijn van de groep van personen die als begunstigden kunnen worden aangewezen, kunnen het recht van de begunstigde verwerven. Het probleem dat zich voordoet bij de instelling van een trust ter verwezenlijking van een omschreven doel is dat deze trust geen aanwijsbare begunstigden heeft.9 Wie het recht zal moeten verkrijgen ter verwezenlijking van een omschreven doel, valt nergens uit de wettekst en de memorie van toelichting af te lezen.10
De schematische weergave van de overdracht ten titel van trust ziet er als volgt uit:
Een bijzonder gegeven is dat de Curaçaose wetgever zowel aan de insteller als aan derden de mogelijkheid biedt om vóór of op het tijdstip van de totstandkoming van de trust een aantal goederen ten titel van trust over te dragen aan de toekomstige trustee.11 De memorie van toelichting verwoordt het voorgaande als volgt:
“De overdracht van het trustvermogen hoeft niet bij trustakte te geschieden. Het trustvermogen kan, vooruitlopende op de trustakte, reeds aan de toekomstige trustee in trust zijn geleverd, zowel door een derde als door hem [de insteller – toevoeging KRF] zelf.”12
Naar mijn overtuiging dient – anders dan de Curaçaose trustwetgeving doet vermoeden – enkel de persoon die de trust creëert en daarbij goederen voor de eerste keer ten titel van trust overdraagt aan de beoogde trustee, als insteller te worden betiteld. Daarenboven kan zonder meer uit de bewoordingen van art. 3:127 lid 1 BWC worden afgeleid dat uitsluitend de insteller een trust in het leven kan roepen.13 Dat anderen dan de insteller goederen onder trustverband kunnen plaatsen, doet hier niet aan af. Het onder trustverband plaatsen van de aangewezen goederen door een ander dan de insteller – een derde – is mijns inziens wel mogelijk, doch uitsluitend ná de totstandkoming van de trust. In dergelijke situaties dient mijns inziens – teneinde onderscheid te maken tussen de insteller en derden – dan ook de term ‘inbrenger’ te worden gehanteerd voor derden die na de totstandkoming van de trust goederen ten titel van trust overdragen.
Voorts rijst de vraag of een overdracht van de beoogde trustgoederen voorafgaand aan de instelling van de trust, überhaupt mogelijk is. Naar ik meen dient deze vraag ontkennend te worden beantwoord en geeft de Curaçaose wetgever – door in de memorie van toelichting aan te geven dat de mogelijkheid daartoe bestaat – mijns inziens blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Zoals reeds in het vorenstaande is aangestipt, gaat de rechtshandeling strekkende tot de instelling van de Curaçaose trust gepaard met een overdracht ten titel van trust. Met andere woorden, de totstandkoming van de Curaçaose trust is onlosmakelijk verbonden met de overdracht ten titel van trust en daarmee het bestaan van het trustverband. Dientengevolge treden de rechtsgevolgen ex art. 3:127 BWC van de trust pas in op het tijdstip dat de levering van de aangewezen goederen aan de toekomstige trustee is voltooid en het trustverband hierop is komen te rusten. Dit betekent dat een overdracht van de beoogde trustgoederen aan de toekomstige trustee vóór de instelling van de trust – en daarmee vóór het bestaan van het trustverband – niet aangemerkt kan worden als een overdracht ten titel van trust.14 De toekomstige trustee zal in dergelijke situaties wel rechthebbende worden van deze goederen, doch niet in hoedanigheid van trustee. Daarin schuilt het gevaar dat bijvoorbeeld (oneigenlijke) vermenging van de beoogde trustgoederen en het privévermogen van de trustee in spe kan plaatsvinden en de aangewezen goederen vanwege de afwezigheid van een afgescheiden geheel van goederen, aangetast zouden kunnen worden door een faillissement, echtscheiding of overlijden. Daarnaast ontbreekt vóór de totstandkoming van de trust – vanwege het feit dat er nog geen trustverband ontstaat – de trustrechtelijke rechtsverhouding tussen de trustee en de (potentiële) begunstigde. In dat geval zouden de beoogde begunstigden hun recht van begunstigde niet kunnen uitoefenen en zouden derhalve niet kunnen optreden tegen de beoogde trustee ingeval hij in strijd met de afspraken (beschikkings)handelingen verricht met alle negatieve gevolgen van dien.