Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/IV.B.3
IV.B.3. Niet beschikken, maar ook niet 'verkopen'?
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS402649:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Men zou zich ook het op het standpunt kunnen stellen dat als de betreffende overeenkomst als een daad van beheer gezien zou kunnen worden, dit de erfgenaam handelingsonbe-voegdmaakt omdat het beheer immers privatiefbij de executeur rust.
Verslag van het mondeling overleg, tevens eindverslag, Parl. Gesch.Vast. p. 859.
Hof Den Bosch 3 januari 2006, Notafax 2006,46.
Wie naar argumenten zoekt voor de stelling dat de erfgenamen en een derde buiten de executeur om geen (perfecte) koopovereenkomst kunnen sluiten, gaat te rade bij Rechtbank Roermond 17 augustus 2005, NJF 2005, 360. De casus handelde over de eigenaar die buiten de hypotheekhouder om een overeenkomst sloot met een derde, terwijl de parate executie in de zin van art. 3: 268 BWreeds aangezegd was. De rechtbank was van mening dat geen perfecte koopovereenkomst tot stand kon komen tussen eigenaar en derde, zonder de tussenkomst van de hypotheekhouder. Ook voor bescherming van de koper in de zin van art. 3:35 BW was in de concrete casus geen plaats.
Na kennisgenomen te hebben van het Duitse evenbeeldvan art. 4:145 lid1 BW komt de vraag op of er in het Nederlandse stelsel eveneens de ruimte is om het onderscheid te maken tussen beschikkingsonbevoegdheid van een erfgenaam in de zin van art. 4:145 lid 1 BWen de bevoegdheid van een erfgenaam om een (obligatoire) overeenkomst aan te gaan met betrekking tot een door de executeur beheerd1 goed.
De parlementaire geschiedenis lijkt het antwoord te geven in die zin dat er gesproken wordt van: 'De blokkade op de vervreemding [...].'2 Een goede-renrechtelijke term die niet ziet op de obligatoire binding. De problematiek doet mij ook denken aan het verbod van art. 3:190 lid 1 BW:
'Een deelgenoot kan niet beschikken over zijn aandeel in een tot de gemeenschap behorend goed afzonderlijk [...] zonder toestemming van de overige deelgenoten.'
En over dit verbod oordeelde het Hof Den Bosch op 3 januari 20063 als volgt:
'Uit het artikel en de parlementaire geschiedenis moet, mede gelet op art. 3:175 BW, worden afgeleid dat met ''beschikken'' wordt bedoeld ''goederenrechtelijk beschikken'', derhalve vervreemden en bezwaren.'
Echter, dit sluit in de ogen van het betreffende hof, niet uit:
'dat een deelgenoot een overeenkomst over een zodanig aandeel sluit, nu een enkele overeenkomst op zichzelf nog niet meebrengt dat de andere deelgenoten met een nieuwe deelgenoot worden geconfronteerd. Immers, een zodanige overeenkomst gaat alleen de betreffende deelgenoot aan zolang deze niet is geeffectueerd.'
Anders gezegd in het licht van executele: de overeenkomst gaat alleen de erfgenamen aan en niet de executeur.4 De erfgenamen doen er vanzelfsprekend wel goed aan om in de overeenkomst de voorwaarde op te nemen dat de executeur zijn medewerking zal verlenen aan de uitvoering daarvan. Of wellicht dat de overeenkomst pas geeffectueerd zal worden als de executeur de goederen van de nalatenschap heeft 'vrijgegeven'.