Einde inhoudsopgave
RvdW 2012/487
Lalmahomed wordt beboet voor het niet voldoen aan de verplichting om een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden, in de zin van art. 2 van de Wet op de Identificatieplicht. Als hij de boete niet betaald, wordt hij ter zake van dit feit gedagvaard voor de kantonrechter te Den Haag. Ter zitting stelt Lalmahomed dat het feit niet door hem, maar mogelijk door zijn broer is gepleegd en dat hij eerder ter zake van vergelijkbare feiten is vrijgesproken. De zaak wordt aangehouden zodat de verbalisant samen met Lalmahomed een foto kan bekijken. Nadien kan Lalmahomed echter niet worden bereikt door de politie. Uit heldere politiefoto’s van Lalmahomed en zijn broer blijkt dat zij niet op elkaar lijken. Bij hervatting van de zitting wordt Lalmahomed, die niet is verschenen, bij verstek veroordeeld tot een boete van 60 Euro of een dag vervangende hechtenis. Lalmahomed stelt dezelfde dag appel in. Daarbij geeft hij aan dat hij niet ter zitting van de kantonrechter is verschenen omdat hij zich heeft vergist in de tijd. Hij stelt voorts dat hij het delict niet heeft gepleegd en dat hij in het verleden 8 of 9 maal is vrijgesproken omdat iemand zijn identiteit misbruikt. Het hoger beroep van Lalmahomed wordt door een enkelvoudige kamer van het Gerechtshof niet ontvankelijk verklaard. Daarbij worden als redenen opgegeven dat, gelet op het dossier, dat een uittreksel bevat van de justitiële documentatie van Lalmahomed, zijn stelling dat zijn identiteitsgegevens systematisch door een ander worden misbruikt en dat hij reeds meermalen daardoor van feiten is vrijgesproken niet plausibel is en overigens niet blijkt dat behandeling in hoger beroep in het belang van een goede rechtsbedeling is vereist. Lalmahomed heeft aan het EHRM authentieke kopieën overlegd van 5 recente uitspraken van de rechtbank Den Haag, die enkel de informatie bevatten dat Lalmahomed is vrijgesproken in die zaken.
EHRM 22-02-2011, ECLI:CE:ECHR:2011:0222JUD002603608 (Lalmahomed/Nederland)
- Instantie
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
- Datum
22 februari 2011
- Magistraten
J. Casadevall, C. Bîrsan, B.M. Zupančič, E. Myjer, I. Ziemele, L. López Guerra, A. Power
- Zaaknummer
26036/08
- LJN
BQ3078
- Roepnaam
Lalmahomed/Nederland
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Staatsrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:CE:ECHR:2011:0222JUD002603608, Uitspraak, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, 22‑02‑2011
- Wetingang
EVRM art. 6 lid 1 en lid 3c
Essentie
Lalmahomed wordt beboet voor het niet voldoen aan de verplichting om een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden, in de zin van art. 2 van de Wet op de Identificatieplicht. Als hij de boete niet betaald, wordt hij ter zake van dit feit gedagvaard voor de kantonrechter te Den Haag. Ter zitting stelt Lalmahomed dat het feit niet door hem, maar mogelijk door zijn broer is gepleegd en dat hij eerder ter zake van vergelijkbare feiten is vrijgesproken. De zaak wordt aangehouden zodat de verbalisant samen met Lalmahomed een foto kan bekijken. Nadien kan Lalmahomed echter niet ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.