Einde inhoudsopgave
RvdW 2012/445
Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg). Verzoek tot nietigverklaring koopovereenkomst ex art. 26 Wvg na vervallenverklaring voorkeursrecht; beslissend moment voor beoordelen nietigheid; strekking art. 26 Wvg.
HR 23-03-2012, ECLI:NL:HR:2012:BV0608
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
23 maart 2012
- Magistraten
Mrs. E.J. Numann, A.M.J. van Buchem-Spapens, C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, M.A. Loth
- Zaaknummer
11/01839
- Conclusie
A-G Keus
- LJN
BV0608
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
Onteigeningsrecht / Voorkeursrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2012:BV0608, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 23‑03‑2012
ECLI:NL:PHR:2012:BV0608, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 06‑01‑2012
Beroepschrift, Hoge Raad, 14‑04‑2011
- Wetingang
Wvg, art. 26
Essentie
Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg). Verzoek tot nietigverklaring koopovereenkomst ex art. 26 Wvg na vervallenverklaring voorkeursrecht; beslissend moment voor beoordelen nietigheid; strekking art. 26 Wvg.
Art. 26 Wvg bepaalt dat een gemeente de nietigheid kan inroepen van rechtshandelingen die zijn verricht met de kennelijke strekking afbreuk te doen aan haar in de Wvg geregelde voorkeurspositie. Hieruit volgt dat het bij de beoordeling van de mogelijke nietigheid van de desbetreffende rechtshandeling aankomt op de stand van zaken – waaronder de voorkeurspositie van de gemeente – ten tijde van het verrichten van die rechtshandeling. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.