Einde inhoudsopgave
RvdW 2012/489
Verzoeker komt een omgangsregeling tussen hem en zijn minderjarige dochter niet na. Ter zake daarvan wordt hij door de strafrechter bij verstek veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden. Deze beslissing wordt niet in persoon betekend; verzoeker ontvangt een kennisgeving dat hij de beslissing op het politiebureau kan ophalen. Verzoeker verneemt aldaar naar eigen zeggen dat tegen de beslissing geen verzet kan worden ingesteld. Wanneer verzoeker na een aantal maanden hierover een advocaat raadpleegt, verneemt hij het tegendeel. Het vervolgens door verzoeker ingestelde verzet wordt door de strafrechter niet-ontvankelijk verklaard, omdat het niet is ingesteld binnen de daarvoor geldende wettelijke termijn van 15 dagen (art. 203 lid 1 Belgische Wetboek van Strafvordering). Deze beslissing houdt stand in hoger beroep. Het Belgische Hof van Cassatie oordeelt dat art. 6 en 13 EVRM niet met zich brengen dat betrokkene bij de betekening van een verstekvonnis moet worden ingelicht over de termijn en procedure voor het instellen van verzet.
EHRM 01-03-2011, 11892/08 (Uitspraak) (Faniel/België)
- Instantie
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
- Datum
1 maart 2011
- Magistraten
D.Jočienė, F. Tulkens, I. Cabral Barreto, D Popović, G. Malinverni, I.Karakaş, G. Raimondi
- Zaaknummer
11892/08
- Roepnaam
Faniel/België
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Internationaal belastingrecht / Algemeen
- Brondocumenten
Uitspraak, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, 01‑03‑2011
- Wetingang
EVRM art. 6 lid 1
Essentie
Faniel tegen België
Verzoeker komt een omgangsregeling tussen hem en zijn minderjarige dochter niet na. Ter zake daarvan wordt hij door de strafrechter bij verstek veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden. Deze beslissing wordt niet in persoon betekend; verzoeker ontvangt een kennisgeving dat hij de beslissing op het politiebureau kan ophalen. Verzoeker verneemt aldaar naar eigen zeggen dat tegen de beslissing geen verzet kan worden ingesteld. Wanneer verzoeker na een aantal maanden hierover een advocaat raadpleegt, verneemt hij het tegendeel. Het vervolgens door verzoeker ingestelde verzet wordt door de strafrechter niet-ontvankelijk verklaard, omdat het niet is ingesteld binnen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.