Achtergestelde vorderingen (O&R)
Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/6.6.1:6.6.1 Inleiding
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/6.6.1
6.6.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186554:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook par. 1.7.1.
Zie par. 3.2.2 en Asser/De Serrière 2-IV 2018/366.
Vgl. par. 2.2.4 over de wettelijke terugstortplicht bij legaten, art. 2:216 lid 3 BW en par. 2.5.4.2 over dividenduitkeringen.
Zie par. 6.5.4.1.
Vgl. over terugstortplichten bij legaten en dividenduitkeringen par. 2.2.4 respectievelijk par. 2.5.4.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
376. Een doorstortplicht is een verplichting van de junior om door hem ontvangen betalingen af te dragen aan de senior, of aan een ander die de gelden doorgeleidt naar de senior.1 Dergelijke verplichtingen zijn oneigenlijke achterstellingen, omdat die de betaling van de juniorvordering ondergeschikt maken aan de betaling van de seniorvordering zonder dat de rang van de juniorvordering wordt verlaagd.
Doorstortplichten kunnen contractueel en buitencontractueel ontstaan. In veel overeenkomsten van achterstelling verbinden juniorschuldeisers zich expliciet om ontvangen betalingen door te storten.2 Daarnaast kunnen doorstortplichten voortvloeien uit een overeenkomst door de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid, of door de samenhang tussen verschillende overeenkomsten. Buitencontractueel kunnen doorstortplichten ontstaan door onrechtmatig handelen. Als de junior bijvoorbeeld de senior benadeelt door de achterstelling te beëindigen en zijn vordering te innen, dan kan hij verplicht zijn de geïncasseerde bedragen af te dragen aan de senior. Het ontstaan van doorstortplichten komt nader aan bod in paragraaf 6.6.2.
Bij de afwikkeling van een doorstortplicht loopt de junior een aanzienlijk risico. Het is mogelijk dat door de betaling van de schuldenaar aan de junior de juniorvordering tenietgaat, terwijl de junior met zijn betaling aan de senior enkel een onderlinge verbintenis tussen de junior en de senior nakomt. Dan eindigt de junior zonder geld en zonder vordering, terwijl de senior naast de doorstorting ook de seniorvordering kan innen. Deze uitkomst komt niet erg passend voor. Paragraaf 6.6.4 bespreekt andere mogelijke manieren om de doorstortplicht af te wikkelen.
Tussen het ontstaan en de afwikkeling van doorstortplichten behandelt paragraaf 6.6.3 de verhouding tussen doorstortplichten en eigenlijke achterstellingen.
377. Doorstortplichten kunnen ontstaan als de schuldenaar de junior betaalt terwijl dat niet in lijn is met de achterstelling. Dergelijke betalingen kunnen ook aanleiding geven tot een terugstortplicht, de verplichting van de junior om het ontvangen bedrag terug te betalen aan de schuldenaar.3 Die terugstortplicht kan bijvoorbeeld voortvloeien uit een poging tot nakoming van de juniorvordering terwijl daar een opschortende voorwaarde of tijdsbepaling aan verbonden is. Als de schuldenaar de juniorvordering probeert na te komen terwijl de daaraan verbonden tijdsbepaling of voorwaarde niet is vervuld, dan gaat de juniorvordering niet teniet en verkrijgt de schuldenaar een vordering op de junior uit hoofde van onverschuldigde betaling.4 De senior kan even tueel beslag leggen op die vordering.5 Als de senior geen beslag legt op de vordering uit hoofde van de terugstortplicht dan moet de junior die vol doen aan de schuldenaar. Daarna kunnen de betreffende gelden alsnog op de juiste wijze worden aangewend, bijvoorbeeld om de seniorvordering te voldoen.
Bij een algemene achterstelling is een terugstortplicht effectiever dan een doorstortplicht, omdat de junior dan bij een doorstortplicht de ontvangen gelden moet doorgeleiden aan alle andere schuldeisers van de schuldenaar. Het is dan efficiënter om deze gelden terug te storten en vanuit het vermogen van de schuldenaar opnieuw te verdelen. Op dergelijke terugstortplichten wordt hier niet verder ingegaan.6