Einde inhoudsopgave
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/10.5.3.3.3
10.5.3.3.3 Vertrouwen in een bepaalde bedrijfstak of de kapitaalmarkt
mr. K. Spruitenburg, datum 01-08-2018
- Datum
01-08-2018
- Auteur
mr. K. Spruitenburg
- JCDI
JCDI:ADS380647:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
OK 3 augustus 1995, rekestnr. 242/95 OK (Vie d’Or), r.o. 4.2. In Vie d’Or dient de A-G het enquêteverzoek in na een verzoek aan hem van gedupeerde polishouders.
HR 15 januari 1997, NJ 1997/368 m.nt. Maeijer (Vie d’Or), r.o. 4.5.1.
OK 26 oktober 2000, JOR 2000/240 (De Vries Robbé), r.o. 4.7. Voorafgegaan door OK 22 juni 2000, JOR 2000/173 m.nt. Josephus Jitta (De Vries Robbé).
HR 1 februari 2002, NJ 2002/226 m.nt. Maeijer (De Vries Robbé), r.o. 3.4.
OK 7 december 1989, NJ 1990/242 (Bredero), r.o. 3.3.4.
Vgl. Maeijer in zijn noot onder HR 1 februari 2002, NJ 2002/226 (De Vries Robbé).
Zie § 10.5.2.2.
Dit heeft de Beleggersvereniging VEB, belangenbehartiger van de onteigende aandeelhouders, mij per e-mail bericht.
Het openbaar belang kan in het geding zijn wanneer het vertrouwen in een bepaalde bedrijfstak wordt geschaad. In Vie d’Or oordeelt de OK dat de gebeurtenissen bij de verzekeringsmaatschappij een ernstige schok in de samenleving hebben veroorzaakt. De ongeveer 11.000 houders van een door Vie d’Or verstrekte levensverzekeringspolis zijn ernstig gedupeerd. Het vertrouwen dat gesteld wordt in het levensverzekeringsbedrijf, is daarmee volgens de OK in het geding. Reeds op die grond acht de OK het openbaar belang aanwezig.1 Naast het feit dat een groot aantal polishouders is gedupeerd, hecht de OK dus ook waarde aan de bijzondere maatschappelijke betekenis van het verzekeringsbedrijf. Ook de Hoge Raad oordeelt dat werkgevers, aandeelhouders en polishouders moeten kunnen vertrouwen op een juiste gang van zaken binnen een verzekeringsmaatschappij.2
Voorts kan het schaden van het vertrouwen in een adequaat functioneren van de kapitaalmarkt een openbaar belang opleveren. In dit kader past de De Vries Robbé- beschikking, waarin de A-G zijn enquêteverzoek baseert op de stelling dat door ophoging van cijfers bij de aandelenemissie van de beursgenoteerde vennootschap De Vries Robbé Groep NV is uitgegaan van onjuiste cijfers en dat het beleggend publiek op basis daarvan mogelijk aandelen heeft verworven.
De OK oordeelt dat het vereiste openbaar belang aanwezig is omdat het beleggend publiek door de De Vries Robbé opzettelijk misleid is bij de aandelenemissie als gevolg van een onjuiste informatieverschaffing over de financiële positie van de vennootschap. De OK meent dat niet alleen de eigen belangen van de betrokken aandeelhouders op het spel staan, maar ook het openbare belang van – het toezicht op – een rechtmatige gang van zaken bij de uitgifte van aandelen door beursvennootschappen. Daarnaast kan een juiste en adequate informatieverschaffing van (beurs)vennootschappen aan aandeelhouders in algemene zin volgens de OK een openbaar belang opleveren.3
A-G Mok is van oordeel dat het verschaffen van misleidende informatie over de financiële positie van de vennootschap niet slechts de (particuliere)belangen van de aandeelhouders raakt, maar ook het openbaar belang. Toezicht op een rechtmatige gang van zaken bij een aandelenemissie door beursvennootschappen en een juiste en adequate informatieverschaffing door (beurs)vennootschappen aan aandeelhouders kan worden gezien als een ‘openbaar belang’. Dit belang is volgens Mok in het geding wanneer het vertrouwen in een rechtmatige gang van zaken bij de aandelenemissie van beursgenoteerde vennootschappen ernstig wordt ondermijnd door het (opzettelijk) verstrekken van misleidende gegevens over de financiële positie van die vennootschap. Mok stoelt deze gedachte onder meer op de wetsgeschiedenis die ik in § 10.5.2 bespreek.
De Hoge Raad oordeelt in navolging van Mok dat de OK inderdaad is uitgegaan van een juiste rechtsopvatting. Volgens ons hoogste rechtscollege heeft de OK het verzoek van de A-G aldus opgevat dat de De Vries Robbé Groep het beleggend publiek opzettelijk heeft misleid door een onjuiste presentatie van haar financiële gegevens als gevolg van onjuiste boekingen. Die misleiding is naar zijn mening zodanig ernstig dat uit het oogpunt van het algemeen belang een onderzoek gerechtvaardigd is.4
In de Bredero-beschikking is het openbaar belang op dezelfde wijze in het geding als in De Vries Robbé. Uit het onderzoeksverslag in Bredero blijkt dat sprake is van opzettelijke misleiding in de jaarstukken en in het emissieprospectus. De OK oordeelt dat het openbaar belang is geschaad, nu als gevolg van deze misleiding ernstig afbreuk is gedaan aan de betrouwbaarheid van de jaarstukken (waarvan de publicatie verplicht is) en in samenhang daarmee van het prospectus.5 In De Vries Robbé gaat de OK overigens wel een stap verder dan in Bredero. Zij lijkt met haar oordeel in De Vries Robbé een toezichthoudende taak toe te bedelen aan de A-G via het enquêterecht.6 Een dergelijke taak staat echter haaks op de wetsgeschiedenis, waaruit blijkt dat de A-G niet als een behoeder van een gezond bedrijfsleven hoeft te worden beschouwd.7
Een ander voorbeeld van het schaden van het vertrouwen in een adequaat functioneren van de kapitaalmarkt vormen de perikelen rondom de onteigening van de aandeelhouders van SNS Reaal. Niet alleen waren de belangen van vele beleggers en werknemers in het geding, maar ook het vertrouwen in het bank- en verzekeringsbedrijf, alsmede in een adequaat functioneren van de kapitaalmarkt. Het lijkt mij bovendien in het belang van de maatschappij dat (systeem)banken zoals SNS Reaal behoorlijk functioneren. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de onteigende aandeelhouders de A-G hebben verzocht een enquête om redenen van openbaar belang in te dienen bij SNS Reaal. De A-G heeft hen tot op heden niet (officieel) bericht of hij de enquête zal instellen.8 Het stilzitten van de A-G in de SNS-affaire is mogelijk door de beslisruimte die de A-G toekomt bij zijn uitoefening van de enquêtebevoegdheid, waarover meer in § 10.7.