Vastgoedtransacties in de Europese btw
Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/4.6.2:4.6.2 Richtlijn(historie)
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/4.6.2
4.6.2 Richtlijn(historie)
Documentgegevens:
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291436:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Onder vigeur van de Tweede Richtlijn gold slechts de eis dat de levering van het goed of het verrichten van een dienst verricht werd door een belastingplichtige.1 Uit art. 2 lid 1 Voorstel voor een zesde richtlijn blijkt dat de Europese Commissie die eis wilde handhaven. Op grond van die hoedanigheidseis was iedere levering van een goed of dienst onder bezwarende titel in het binnenland door een belastingplichtige een belastbare handeling. De Europese Commissie achtte het echter niet wenselijk dat iedere levering van vastgoed door een belastingplichtige onder bezwarende titel tot btw-heffing zou leiden en achtte de vrijstellingen voor de levering van oude gebouwen die geen woningen zijn en de levering van andere terreinen dan bouwterrein de ‘noodzakelijke correctie op het beginsel van algemene heffing’ (zie paragraaf 5.2).2
Uit de vergaderstukken met betrekking tot de totstandkoming van de Zesde Richtlijn blijkt dat het door de lidstaten wenselijk werd geacht om in art. 2 lid 1 Voorstel voor een zesde richtlijn toe te voegen dat de leveringen van goederen en diensten onder bezwarende titel door een als zodanig handelende belastingplichtige onder bezwarende titel worden verricht. Over de gevolgen van deze toevoeging wordt het volgende opgemerkt:
“So as to place the transactions referred to in this paragraph outside the scope of VAT where the taxable person effecting them was not performing the activity in respect of which he was taxable”3
Waarom de lidstaten het wenselijk achtten om de belastbaarheid te beperken tot handelingen die door als een als zodanig handelende belastingplichtige worden verricht, is uit de vergaderstukken niet af te leiden. Wat wel duidelijk is, is dat die toevoeging onomstreden was. Geen enkele lidstaat heeft tegen deze toevoeging bezwaren geuit. Het is dan ook geen wonder dat deze toevoeging in art. 2 lid 1 Zesde Richtlijn terecht is gekomen. De hoedanigheidseis is thans te vinden in art. 2 lid 1, onderdelen a en d Btw-richtlijn. Sinds de inwerkingtreding van de Zesde Richtlijn is voor de belastbaarheid van een vastgoedtransactie onder bezwarende titel daarom niet alleen vereist dat zij door een belastingplichtige wordt verricht, maar ook dat die transactie in de hoedanigheid van belastingplichtige wordt verricht. Dit is blijkens de richtlijnhistorie het geval indien de vastgoedtransactie in het kader van een economische activiteit plaatsvindt.