Einde inhoudsopgave
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/2.2
2.2 Karakter en doel faillissement en surseance
Mr. A.D.W. Soedira, datum 25-02-2011
- Datum
25-02-2011
- Auteur
Mr. A.D.W. Soedira
- JCDI
JCDI:ADS443632:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Molengraaff, p. 39 e.v. en Wessels, Insolventierecht I, par. 2006. Opgemerkt dient hier te worden dat het oorspronkelijke doel van het faillissement (vereffening van de boedel door de curator ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers) door de Hoge Raad is aangepast in die zin dat de curator bij de uitvoering van zijn taak niet alleen rekening heeft te houden met de belangen van de gezamenlijke schuldeisers, maar dat hij bij zijn afwegingen ook maatschappelijke belangen (continuïteit van de onderneming en behoud van werkgelegenheid) kan laten meewegen. Zie onder meer: HR 24 februari 1995, NJ 1996, 472.
Kortmann/Faber, Geschiedenis van de Faillissementswet, heruitgave Van der Feltz Lp. 7.
De surseance kan door de komst van de schuldsaneringsregeling in 1998 alleen nog worden verleend aan een natuurlijk persoon met een onderneming en aan rechtspersonen. Voor een natuurlijke persoon zonder onderneming kan slechts de schuldsaneringsregeling of het faillissement worden aangevraagd.
Art. 252 Fw.
Te denken valt onder meer aan het wegvallen van het vertrouwen bij derden, vertrek van personeel, aantasting van de marktpositie en de kredietbeperking of zelfs kredietopzegging door de bank.
Leuftink, Surseance van betaling, p. 263.
Dit was onder meer het geval bij Global Telesystems Europe B.V., Versatel Telecom International N.V., Completel Europe N.V. en United Pan-European Communications N.V.
Het faillissement kan worden omschreven als een gerechtelijk beslag op het gehele vermogen1 van de schuldenaar ten behoeve van zijn gezamenlijke schuldeisers. Het faillissement is gericht op liquidatie. Het vermogen van de schuldenaar wordt door de curator vereffend en verdeeld onder de gezamenlijke schuldeisers.2 Het voorgaande is min of meer in gelijke bewoordingen terug te vinden in de memorie van toelichting:
"De instelling van het faillissement beoogt niets anders dan, bij staking van betaling door den schuldenaar, diens vermogen op eenen billijke wijze onder al zijn schuldeischers, met eerbiediging van ieders recht, te verdeelen, en het geheele samenstel der bepalingen, welke in eene faillieten wet worden gevonden, heeft geen ander doel dan die billijke verdeeling voor te bereiden, te waarborgen en te bewerkstelligen."3
Terwijl het faillissement kan worden gekarakteriseerd als een algemeen beslag met als doel liquidatie van het vermogen van de schuldenaar ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers, kan de surseance worden omschreven als een algemeen uitstel van betaling dat wordt verleend aan de schuldenaar.4 De surseance is bedoeld als een tijdelijke maatregel ter voorkoming van het faillissement en beoogt derhalve het tegenovergestelde van het faillissement. Door een surseance kan de boedel behouden blijven, zodat de schuldenaar met een onderneming na afloop van de tijdelijke maatregel zijn onderneming kan voortzetten. De surseance is met andere woorden gericht op sanering en continuering van (de onderneming van) de schuldenaar. Voor de regeling van het akkoord in de surseance geldt het voorgaande zelfs des te meer. Indien met de aanvraag van de surseance tegelijkertijd door de schuldenaar een akkoord wordt gedeponeerd5, kunnen de negatieve effecten6 van een surseance en een faillissement voor een groot deel worden voorkomen.7 Zo is in de afgelopen jaren in het kader van herstructureringen een aantal keren de voorlopige surseance aangevraagd, waarbij tegelijkertijd een akkoord is gedeponeerd.8