Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming
Einde inhoudsopgave
Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming (MSR nr. 78) 2021/4.1:4.1 Inleiding
Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming (MSR nr. 78) 2021/4.1
4.1 Inleiding
Documentgegevens:
Nuna Zekić, datum 01-05-2021
- Datum
01-05-2021
- Auteur
Nuna Zekić
- JCDI
JCDI:ADS288387:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Ter Weel e.a. 2020, p. 11.
Kraan en Verbiest 2019, p. 18.
De Wolff2014.
Zie bijvoorbeeld Van Drongelen & Lacroix 2012.
SER 2018, p. 68.
Zie hierover hoofdstuk 3 van dit boek.
De vragen welke bescherming het arbeidsrecht biedt en welke bescherming uit het privaatrecht vloeit, zouden anders steeds door elkaar lopen. Of en in hoeverre platformwerkers bescherming kunnen ontlenen aan de gewone privaatrechtelijke regelingen wordt behandeld in hoofdstuk 6 van dit boek.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een van de belangrijkste kenmerken van het werken in de platformeconomie is de (beloofde) flexibiliteit. Waar het in de ‘traditionele economie’ gebruikelijk is dat de werknemer zich verbindt in dienst van één werkgever (voor enige tijd) arbeid te verrichten in ruil voor loon, vinden werkenden in de platformeconomie werk of ‘klussen’ via digitale platforms. Sommige platformwerkers zijn via één of meerdere platforms aan het werk, andere platformwerkers combineren hun platformbaan met een (deeltijd) baan in loondienst. Platformwerkers hebben niet zelden meerdere werkgevers, opdrachtgevers of een mix daarvan. Een meerderheid van de platformwerkers geeft aan het werk via het platform te combineren met ander betaald werk.1 Het combineren van meerdere banen of het combineren van werken in loondienst met werk als zelfstandige wordt ook wel multi-jobbing genoemd.
In de literatuur wordt erkend dat multi-jobbing zogenoemde stapelrisico’s met zich brengt op het gebied van belasting van de werknemer.2 Multi-jobbing kan positief, maar ook negatief uitpakken, bijvoorbeeld voor de werk-privébalans van de werknemer. Ook arbeidsrechtelijk is het combineren van banen niet probleemloos.3 Een van de eerste vragen die naar boven komt, is hoe het zit met de naleving van de Arbeidstijdenwet- en regelgeving. Wanneer een werknemer nevenwerkzaamheden ontplooit, kan dat problemen opleveren voor de werkgever. Veel werkgevers willen bijvoorbeeld voorkomen dat de werknemer de normen uit de Arbeidstijdenwet overtreedt, maar soms ook dat de werknemer de kennis en ervaring die hij bij de werkgever opdoet, gebruikt om hem te beconcurreren. In individuele en collectieve overeenkomsten worden daarom vaak beperkingen gesteld aan het uitoefenen van nevenwerkzaamheden.4 In hoeverre kunnen er (contractuele) beperkingen worden gesteld aan het combineren van banen, mede gezien het feit dat Nederland het recht op vrije arbeidskeuze in de Grondwet heeft erkend?5 Daarnaast kunnen werknemers problemen ondervinden wanneer twee werkgevers tegelijk loyaliteit en beschikbaarheid verwachten. Afspraken maken over werkroosters, vakanties, overwerk et cetera is complexer als meerdere ‘heren’ gediend moeten worden.6
Er is veel discussie over de vraag of een platformwerker een arbeidsovereenkomst heeft met het platform waarvoor hij werkt.7 Dit is ook een van de belangrijkste hedendaagse vragen rondom platformwerk. Een arbeidsovereenkomst komt immers met een (uitgebreide) arbeidsrechtelijke bescherming, zoals het recht op een minimumloon et cetera. Als de platformwerker eenmaal door die toegangspoort heen is gekomen, kunnen er echter nog steeds knelpunten of problemen zijn, zeker wanneer de platformwerker meerdere banen of opdrachten heeft. Deze arbeidsrechtelijke knelpunten zijn tot nu toe weinig in de literatuur uitgediept. Deze bijdrage heeft als doel de arbeidsrechtelijke knelpunten bij platformwerkers met meerdere werkgevers te verkennen en te analyseren.
In deze bijdrage wordt in principe uitgegaan van een platformwerker die een arbeidsovereenkomst heeft met één of meerdere platform(s). Daarbij is ook aandacht voor de zogenoemde hybride platformwerker, een platformwerker die naast zijn arbeidsovereenkomst werkzaam is als zelfstandige, al dan niet via een platform. Het bereik van het arbeidsrecht is ruim en kan in sommige gevallen ook zien op arbeidsrelaties die niet gebaseerd zijn op een civielrechtelijke arbeidsovereenkomst. Ook het werken als zelfstandige wordt hier dus in aanmerking genomen. Toch ligt de nadruk op werknemers met meerdere werkgevers, ter wille van de overzichtelijkheid.8
Eerst wordt het verschijnsel van het combineren van banen besproken en worden de problemen die dan kunnen ontstaan, kort verkend (par. 4.2). Daarna wordt dieper ingegaan op de problemen die kunnen spelen wanneer men banen combineert om financieel rond te kunnen komen. Daartoe wordt onderzocht wat de ontwikkelingen zijn op het gebied van beloning van ‘multi-jobbers’ (par. 4.3). Vervolgens wordt verkend wanneer en onder welke voorwaarden werknemers door hun werkgever kunnen worden beperkt om banen te combineren ofwel om nevenwerkzaamheden te verrichten (par. 4.4). Daarna komen de arbeids- en rusttijden bij het combineren van (platform)werk aan bod (par. 4.5), gevolgd door een beschouwing van werk- en privébalans in relatie tot platformwerk (par. 4.6). In paragraaf 4.7 worden conclusies getrokken.