Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/9.2.6.4
9.2.6.4 Vermelding van het verweer van de beoogd beslagene
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS494614:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Het nalaten om in het beslagrekest feiten en omstandigheden te vermelden die inzicht geven in de belangen van de beslagene is vergelijkbaar met het bij dagvaarding als eiser zo min mogelijk feiten stellen (‘houd je kruit droog’-tactiek) en afwachten waar de wederpartij mee komt (voor dit laatste: zie Novakovski 2006, p. 3).
Dit in overeenstemming met de uitleg van art. 111 lid 3 Rv, zoals deze volgt uit het systeem van de wet. Zie: Tjong Tjin Tai (Burgerlijke Rechtsvordering) losbladige Kluwer, art. 111, aant. 16, met verwijzing naar Kamerstukken I 2001/02, 26 855, nr. 16, p. 33. Het voorgaande is af te leiden uit: Kamerstukken II 1999/2000, 26 855, nr. 5, p. 52.
HR 30 juni 2006, LJN AV1559, NJ 2007/483, m.nt. H.J. Snijders (Bijl/Van Baaien c.s.).
Uitgebreider: Meijsen 2012.
Beslissing, gehecht aan een afwijzend beslagrekest van 20 januari 2012.
Beslagsyllabus juni 2011: A. Voorwaarden conservatoir beslag, onder punt 3, p. 3-4. Idem: Beslagsyllabus augustus 2012.
Het vermelden van het verweer van de beoogd beslagene leidt voor de voorzieningenrechter tot (de) enige informatie over het standpunt van de afwezige partij in de verlofprocedure: de beoogd beslagene. Uiteraard gaat dit voorschrift uit van de omstandigheid dat de verzoeker ook over dergelijke informatie beschikt. Mocht dit niet het geval zijn, bijvoorbeeld wanneer de beoogd beslagene niet heeft gereageerd op sommaties van de verzoeker, dan geeft dit toch informatie over de overige omstandigheden rondom de vordering, en dient een en ander vermeld te worden. Met name is voor het beslagrekest het aspect relevant dat een voor dat moment zo volledig mogelijk beeld van het geschil wordt verkregen.1 Specifiek voor het beslagrekest gaat het om vermelding van het door de beoogd beslagene tegen het door de verzoeker ingeroepen recht aangevoerde verweren, inclusief een (aangekondigde) eis in reconventie,2 de gronden daarvoor en een reactie van verzoeker daarop. Hiermee kan de voorzieningenrechter zich een voorlopig beeld vormen van de (on)deugdelijkheid van de vordering en een eventuele tegenvordering (de belangrijkste grond waarop in een later stadium in een mogelijk opheffingskortgeding door de beslagene een beroep zal worden gedaan). Een vraagpunt dat zich hier aandient is, welk belang in geval van een redelijk verweer aan de zijde van de beoogd beslagene het zwaarst zou moeten wegen. ofwel: zou steeds de nadruk moeten liggen op de omstandigheid dat ‘een conservatoir beslag er naar zijn aard ertoe strekt om te waarborgen dat, zo een vooralsnog niet vaststaande vordering in de hoofdzaak wordt toegewezen, verhaal mogelijk zal zijn’,3 of is een minimaal even zwaarwegend argument dat conservatoir beslag naar haar aard een zwaarwegend middel is, waarbij terdege rekening dient te worden gehouden met het grondrecht van de beoogd beslagene om ongehinderd over diens vermogensbestanddelen te kunnen beschikken? De insteek dat het belang van de beslaglegger bij securatie van diens vordering voorop dient te staan, wordt in belangrijke mate veroorzaakt en beïnvloed door de lijn die de Hoge Raad hieromtrent heeft uitgezet. Ik meen dat een redelijk verweer aanleiding zou moeten zijn om deze insteek niet steeds vooropgesteld bij een beoordeling mee te laten wegen.4 Dat een gemotiveerd betwiste factuur, welke aan een beslag ten grondslag wordt gelegd, onder omstandigheden kan leiden tot het niet verlenen van verlof, blijkt uit de overwegingen in een ongepubliceerde beslissing van vzr. rb. Amsterdam:5
‘De vordering van verzoekster betreft een gemotiveerd betwiste factuur. Op grond van de inhoud van het verzoekschrift en de bijgevoegde stukken kan niet met voldoende zekerheid worden geconcludeerd dat de vordering van verzoekster deugdelijk is. Reeds daarom wordt het gevraagde verlof geweigerd. Ten overvloede geldt dat in het verzoekschrift bovendien niet is onderbouwd waarom verzoekster zekerheid nodig heeft jegens gerekwestreerde. De voorzieningenrechter acht het risico dat het beslag alleen een pressiemiddel zal blijken te zijn, te groot.’
Zoals in de voorgaande paragraaf al aan de orde kwam is in de Beslagsyllabus juni 2011 bij de voorwaarden voor conservatoir beslag opgenomen dat vermelding van de door de schuldenaar tegen de vordering aangevoerde verweren en de gronden daarvoor steeds in het beslagrekest dient te worden opgenomen.6