Einde inhoudsopgave
Beschadigd vertrouwen 2021/8.3.2
8.3.2 Kritiek vanuit (toezichthoudende) instanties
G.M. Kuipers MSc, datum 01-09-2021
- Datum
01-09-2021
- Auteur
G.M. Kuipers MSc
- JCDI
JCDI:ADS480876:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Eindadvies ‘Vertrouwen in een duurzame toekomst’ 2013, p. 30.
Eerste Advies Commissie Meijdam 2015, p. 1.
‘Staatstoezicht op de mijnen: ‘Code rood’ in Groningen’, Trouw 12 januari 2018.
Wel dat vertrouwen nodig zou zijn voor een energietransitie: SodM 14 maart 2018.
Aardbevingsrisico’s in Groningen 2015, 14.
Aardbevingsrisico’s in Groningen 2015, p. 47.
Aardbevingsrisico’s in Groningen 2015, p. 86.
College voor de Rechten van de Mens 2015.
Aardbevingsrisico’s in Groningen 2017, p. 5.
Concluding observations 2017.
Concluding observations 2019.
Eindejaarsrapportage Onafhankelijke Raadsman 2013; Klachten Jaarrapportage 2015.
Klachten Jaarrapportage 2016, p. 4.
Klachten Jaarrapportage 2018, p. 29; zie ook Klachten Jaarrapportage 2017; Klachten Jaarrapportage 2019.
Bestuurlijke spaghetti 2016.
Een fundament met scheuren 2017.
‘Ombudsman: wanhopige Groningers moeten snel duidelijkheid krijgen’, RTV Noord 12 januari 2018; Nationale ombudsman 2018; ‘Nationale ombudsman bivakkeert drie dagen in Groningen’, RTV Noord 28 maart 2019; ‘Ombudsman bezoekt bevingsgebied: ‘Ik vrees dat de saamhorigheid verdwijnt’’, RTV Noord 6 september 2019.
Vaste grond gezocht 2017.
Miskovic, RTV Noord 19 oktober 2018.
‘Nationale ombudsman: ‘Tijd voor noodplan Groningen’, NPO Radio 1 19 april 2019.
Miskovic, RTV Noord 4 juni 2021.
De door de provincie ingestelde onderzoekscommissie-Meijer stelde dat via een samenhangend pakket aan toekomstgerichte maatregelen het vertrouwen moest worden hersteld.1 De commissie-Meijdam, die de minister over de risico’s van de bevingen adviseerde, stelde: dat voor herstel van vertrouwen ‘de sociaal-maatschappelijke consequenties van de aardbevingen als vertrekpunt’2 moest worden genomen. Aangewezen toezichthouder Staatstoezicht op de Mijnen heeft de regering meermaals geadviseerd de gaswinning te minderen en gaf na de aardbeving in Zeerijp aan dat sprake was van ‘code rood’.3 Het sprak niet expliciet over vertrouwen in het Groningse dossier.4
Volgens de Onderzoeksraad voor Veiligheid was anno 2015 ‘onder de Groningers het vertrouwen … aangetast dat de aardgasexploitant en de Nederlandse overheid het belang van hun veiligheid respecteren.’5 Volgens zijn analyse begon publieke ongerustheid rond 2006, toen men twijfelde over voorlichting en juistheid van de aannames van NAM en overheid dat de schade aan gebouwen gering zou blijven.6 Na de beving in Huizinge nam het vertrouwen verder af. ‘Aangekondigde maatregelen en intensievere communicatie verbeteren dit vertrouwen niet of gooien zelfs olie op het vuur. NAM en Rijksoverheid onderkennen onvoldoende de boosheid en het wantrouwen bij de bevolking.’7 Het College voor de Rechten van de Mens concludeerde naar aanleiding van het rapport van de OvV dat mensenrechten zijn genegeerd.8 Anno 2017 was de Onderzoeksraad voor Veiligheid onverminderd kritisch op de wijze waarop de overheid op de aardbevingen reageerde: ‘De bij de gaswinning betrokken partijen zijn er niet in geslaagd hun geschonden relatie met de Groningse bevolking te herstellen en de maatschappelijke onrust is groot.’9 Tevens tikte het Verenigde Naties-comité voor economische, sociale en culturele rechten Nederland op de vingers voor de wijze waarop de Staat omging met de situatie in Groningen.10 Twee jaar later noemde het Mensenrechtencomité van de Verenigde Naties de schadeafhandeling een topprioriteit waardoor de Staat gebonden is binnen twee jaar over de uitvoering van de aanbevelingen te rapporteren.11
Vanuit ombudsmensen kwam ook kritiek. De voor Groningen ingestelde Onafhankelijke Raadsman zag vanaf zijn instelling frustratie en onrust in het gebied.12 In 2015 constateerde hij dat de maatschappelijke onrust, ondanks de maatregelen, alleen maar was toegenomen. ‘In veel klachten klinkt frustratie en boosheid door, inwoners geven soms aan de moed te verliezen en voelen zich machteloos.’13 De jaren erna wees hij op de voortdurende gevoelens van onveiligheid en onzekerheid die Groningers ervaarden: ‘een breed gevoeld gebrek aan vertrouwen.’14 In 2016 publiceerde de Nationale ombudsman een rapport over de ‘bestuurlijke spaghetti’ die in Groningen was ontstaan.15 Een jaar later riepen de Nationale ombudsman en de Kinderombudsman het nieuwe kabinet op: ‘stop met bouwen op wantrouwen en neem Groningers serieus’.16 Zij constateerden op basis van gesprekken met gedupeerde Groningers17 dat velen het vertrouwen in de overheid hebben verloren en dat beter naar hen moest worden geluisterd. De Kinderombudsman stelde dat te weinig aandacht was voor de effecten van de aardbevingen en schademaatregelen op kinderen en jongeren.18 Volgens de Nationale ombudsman hield de overheid ‘zich niet aan de afspraken, daardoor is het vertrouwen weg’;19 hij pleitte voor een noodplan20 en een staatssecretaris voor Groningen met ‘volledige aandacht’21 voor het dossier.