Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/444
Wvggz. Klachtzaak. Verzoek ter verkrijging beslissing over klacht (art. 10:7 lid 1 en art. 10:10 lid 1 Wvggz); verplichting rechter ambtshalve te beoordelen of verzoek o.g.v. art. 10:7 Wvggz ontvankelijk is. Verplichte toediening testosteronverlagende medicatie; inbreuk op art. 8 EVRM?
HR 20-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:461
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
20 maart 2026
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, C.E. du Perron, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons
- Zaaknummer
25/01399
- Conclusie
A-G mr. B.J. Drijber
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Personen- en familierecht / Bescherming meerderjarige
Gezondheidsrecht / Individuele gezondheidszorg
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:461, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑03‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1203, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 07‑11‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 27‑06‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 14‑04‑2025
- Wetingang
Samenvatting
Art. 10:3 Wvggz bevat een limitatieve opsomming van de gronden waarop in het kader van de klachtprocedure zoals geregeld in hoofdstuk 10 van de Wvggz kan worden geklaagd. Indien de klacht geen betrekking heeft op de nakoming van een verplichting of een beslissing op grond ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.