Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/459
Profijtontneming, w.v.v. uit bewezenverklaarde feiten en uit andere strafbare feiten na veroordeling t.z.v. mensensmokkel van vluchtelingen door in uitoefening van beroep hen behulpzaam te zijn bij hun illegale verblijf in Nederland, art. 36e lid 2 Sr. 1. In eerste aanleg is niet vastgesteld dat voldoende aanwijzingen bestaan dat betrokkene andere strafbare feiten heeft begaan. 2. Motivering schatting w.v.v. Kon hof oordelen dat ‘voldoende aanwijzingen’ bestaan dat betrokkene naast bewezenverklaarde feiten ‘andere strafbare feiten’ a.b.i. art. 36e lid 2 Sr heeft begaan? Ad 1. In strafzaak die samenhangt met deze ontnemingszaak is betrokkene veroordeeld voor mensensmokkel van vluchtelingen door in uitoefening van beroep hen behulpzaam te zijn bij hun illegale verblijf in Nederland. In deze ontnemingszaak heeft OM vordering gedaan tot ontneming van voordeel dat zou zijn verkregen door middel van feiten waarvoor betrokkene is veroordeeld en door middel van andere strafbare feiten a.b.i. art. 36e lid 2 Sr. In e.a. heeft Rb geoordeeld dat betrokkene voordeel heeft verkregen door middel van feiten waarvoor hij is veroordeeld. Over de aan vordering ten grondslag gelegde ‘andere strafbare feiten’ heeft Rb overwogen dat zij ‘niet kan vaststellen dat sprake is van strafbare feiten in die gevallen en dus (ook) van w.v.v.’. In hoger beroep heeft hof geoordeeld dat betrokkene door middel van bewezenverklaarde feiten en door andere strafbare feiten waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door betrokkene zijn begaan, wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt klacht niet tot cassatie. CAG: Uit ’s hofs overwegingen kan worden afgeleid dat hof met ‘andere strafbare feiten’ oog heeft gehad op mensensmokkel van vreemdelingen met wie betrokkene eveneens contracten heeft getekend, maar die niet worden genoemd in bewezenverklaring. Uit overwegingen blijkt verder dat hof in art. 36e lid 2 Sr bedoelde ‘voldoende aanwijzingen’ heeft aangenomen op de grond dat modus operandi van asielaanvragen van die vreemdelingen overeenkomt met modus operandi van asielaanvragen van vreemdelingen die wel worden genoemd in bewezenverklaarde strafbare feiten en met wie betrokkene eveneens contracten had getekend. Hof heeft bestaan van ‘voldoende aanwijzingen’ dus niet (enkel) aangenomen o.g.v. omstandigheid dat vreemdelingen geldbedragen hebben betaald aan betrokkene, zodat klacht berust op verkeerde lezing van ’s hofs uitspraak en feitelijke grondslag mist. Volgt verwerping. Samenhang met RvdW 2026/458 (strafzaak).
HR 17-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:422
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
17 maart 2026
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, F. Damsteegt
- Zaaknummer
23/04842
- Conclusie
A-G mr. P.M. Frielink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Sancties
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:422, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑03‑2026
ECLI:NL:PHR:2026:170, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 10‑02‑2026
Essentie
Profijtontneming, w.v.v. uit bewezenverklaarde feiten en uit andere strafbare feiten na veroordeling t.z.v. mensensmokkel van vluchtelingen door in uitoefening van beroep hen behulpzaam te zijn bij hun illegale verblijf in Nederland, art. 36e lid 2 Sr. 1. In eerste aanleg is niet vastgesteld dat voldoende aanwijzingen bestaan dat betrokkene andere strafbare feiten heeft begaan. 2. Motivering schatting w.v.v. Kon hof oordelen dat ‘voldoende aanwijzingen’ bestaan dat betrokkene naast bewezenverklaarde feiten ‘andere strafbare feiten’ a.b.i. art. 36e lid 2 Sr heeft begaan? Ad 1. In strafzaak die samenhangt met deze ontnemingszaak is betrokkene veroordeeld voor mensensmokkel ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.