RvdW 2026/454:Medeplegen valsheid in geschrift, art. 225 onder 2 Sr. Bewijsklacht opzet. Kon hof oordelen dat sprake was van voorwaardelijk opzet op gebruik van vervalst document (verklaring omtrent gezinsinschrijving in bevolkingsregister), nu verdachte een aanvraag voor verblijfsvergunning heeft ingediend zonder bijlagen te controleren? Aan oordeel dat verdachte bewust aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat bij aanvraag een vervalst document was gevoegd en dat hij daardoor vervalst document zou indienen, heeft hof ten grondslag gelegd dat van aanvragers van verblijfsvergunning mag worden verwacht dat zij nodige zorgvuldigheid betrachten bij indienen van zo’n aanvraag en zelf authenticiteit van de bij aanvraag gevoegde documenten controleren, en dat verdachte de aanvraag, met daarbij behorende bijlagen, heeft ondertekend en heeft ingediend, terwijl zonneklaar is dat deze bijlagen doorslaggevend zijn voor beoordeling van aanvraag. ’s Hofs oordeel is (mede gelet op wat namens verdachte is aangevoerd) niet toereikend gemotiveerd. Uit enkele omstandigheid dat verdachte niet zorgvuldigheid die van aanvrager van verblijfsvergunning mag worden verwacht, in acht heeft genomen, volgt nog niet dat hij daarmee bewust aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat bij aanvraag vervalst document was gevoegd. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met NJ 2026/130.