Heffingsmethoden, een valse dichotomie?
Einde inhoudsopgave
Heffingsmethoden, een valse dichotomie? (FM nr. 156) 2019/7.3:7.3 Opzet van het onderzoek
Heffingsmethoden, een valse dichotomie? (FM nr. 156) 2019/7.3
7.3 Opzet van het onderzoek
Documentgegevens:
Dr. H.M. Roose, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
Dr. H.M. Roose
- JCDI
JCDI:ADS443551:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Om antwoord te kunnen geven op de verschillende vragen heb ik eerst in hoofdstuk 2 onderzocht hoe de heffingsmethoden zoals we die thans kennen zijn ontstaan en waarom er meerdere heffingsmethoden zijn. In hoofdstuk 3 heb ik onderzoek gedaan naar de vraag of en in hoeverre de heffingsmethoden onderling verschillen. Een belangrijk onderdeel van dat deelonderzoek is dat ik de heffingsmethoden op vier kernelementen onderling heb vergeleken. Deze vier kernelementen volgen min of meer als vanzelf uit de structuur van de AWR en zijn te onderscheiden binnen zowel een aanslag- als een aangiftebelasting. Het betreft het doen van aangifte, het moment van toezicht, de betalingstermijnen en de bestuurlijke boeten. Op het vlak van het toezicht doen zich verschillende ontwikkelingen voor, vooral bij aanslagbelastingen. In hoofdstuk 4 heb ik om die reden een verdiepend onderzoek uitgevoerd naar de oorzaken van die ontwikkelingen en de gevolgen daarvan voor de onderlinge verschillen tussen de heffingsmethoden. In hoofdstuk 5 heb ik beperkt onderzocht welke heffingstechnieken in andere landen worden toegepast. Ook ben ik nagegaan in hoeverre die technieken zijn te vergelijken met de Nederlandse heffingsmethoden en wat de onderlinge verschillen zijn. In hoofdstuk 6 ben ik ten slotte nagegaan op grond waarvan de keuze wordt gemaakt voor een bepaalde heffingsmethode bij invoering van een belasting dan wel een latere omzetting.