Einde inhoudsopgave
Pandrecht op aandelen (O&R nr. 140) 2023/5.10.2
5.10.2 Verbreking fiscale eenheid
mr. T. Hutten, datum 01-05-2023
- Datum
01-05-2023
- Auteur
mr. T. Hutten
- JCDI
JCDI:ADS706197:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Insolventierecht (V)
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie over de voorwaarden voor de fiscale eenheid §3.3.6.
Op deze hoofdregel bestaan niettemin uitzonderingen.
Zie over de gevolgen van verbreking Bruijsten 2017 en Bobeldijk & Beudeker 2011.
De executieverkoop van de aandelen kan fiscaal ook nadelig zijn voor het achterblijvende groepsdeel, bijvoorbeeld omdat haar daardoor een mogelijke fiscale verliescompensatie wordt ontnomen. Een dergelijke omstandigheid doet in beginsel niet af aan de rechtmatigheid van de executie, zie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25 februari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:1609, r.o. 3.10 (De Hoge Dennen Capital PE c.s./ING Bank c.s.).
251. Als er een fiscale eenheid voor de vennootschapsrechtbelasting bestaat tussen de pandgever en de vennootschap waarvan de aandelen zijn verpand, dan komt er door de executie een einde aan deze fiscale faciliteit.1 Door de uitwinning wordt er niet meer voldaan aan de bezitseis uit artikel 15 Vpb wat betreft de vennootschap waarvan de aandelen executoriaal zijn overgedragen. De verbreking kan allerlei nadelige fiscale gevolgen hebben, ook voor de vennootschap waarvan de aandelen worden uitgewonnen. Zo is een belangrijk nadeel dat verrekenbare verliezen van de fiscale eenheid na de verbreking in beginsel worden toegerekend aan de moedervennootschap, waardoor het voordeel van fiscale verrekening mogelijk vervalt voor de vennootschap waarvan de aandelen executoriaal worden verkocht.2 Een ander nadeel kan zijn dat de onderlinge schuldverhoudingen binnen de fiscale eenheid – die tijdens het bestaan van de eenheid ‘fiscaal onzichtbaar’ zijn – herleven op het moment van de verbreking.3 Overigens kan de fiscale eenheid al eerder ten einde zijn gekomen. Dat is zo als meer dan 5% van het stemrecht in de algemene vergadering voorafgaand aan de executie op de pandhouder was overgegaan (§3.3.6).
Voorafgaand aan de executie zullen de pandhouder en de beoogd executiekopers moeten inschatten wat de mogelijke (nadelige) fiscale gevolgen zullen zijn van de uitwinning.4 Onbekendheid met de precieze gevolgen kan de executieverkoop zelfs praktisch onhaalbaar maken. Bij een ingewikkelde groepsontvlechting, zoals bij een sterfhuisconstructie, zal de openbare verkoop van de aandelen mede daarom doorgaans onmogelijk zijn. In zulke gevallen ligt een van openbare afwijkende wijze van executie voor de hand (§5.9.1). Gaat het om de executie van pandrechten op aandelen in de topholding van een groep en bestaat na de executie de behoefte aan een nieuwe fiscale eenheid, dan kunnen de te voegen vennootschappen al voorafgaand aan de pandexecutie een gezamenlijk verzoek richten aan de belastinginspecteur (art. 15 lid 1 jo. lid 12 Vpb).