Einde inhoudsopgave
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/3.2.4
3.2.4 Verwachtingen over het tot stand komen van een schikking
Janneke van der Linden, datum 14-04-2010
- Datum
14-04-2010
- Auteur
Janneke van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS370261:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
t(646) = 3.385, p = .001.
Uit het onderzoek van Van der Linden e.a. (2009) blijkt ook, dat de kans op een schikking bij de Rechtbank ‘s-Hertogenbosch duidelijk hoger is dan bij de Rechtbank Utrecht (zie paragraaf 9.1.1.2). Het lijkt daarom aannemelijk dat de verwachtingen over het tot stand komen van een schikking bij advocaten en rechters van de Rechtbank ‘s-Hertogenbosch hoger zijn dan bij de advocaten en rechters van de Rechtbank Utrecht op basis van eerdere ervaringen. Advocaten hebben hun ervaringen op dit punt mogelijk met hun cliënt gedeeld waardoor ook de verwachtingen over het tot stand komen van een schikking van de partijen in ‘s-Hertogenbosch hoger zijn dan van de partijen in Utrecht.
Ten slotte is aan alle deelnemers van de zitting gevraagd in of zij verwachten dat er een schikking tot stand zal komen tijdens de zitting (tabel 15). De gemiddelde score van partijen, advocaten en rechters ligt rond de 2.5 en zij kijken hier dus allemaal relatief negatief tegenaan. Deze lage verwachtingen (zeker die van rechters) lijken enigszins op gespannen voet te staan met de schikkingspercentages van 50% of hoger waarover binnen gerechten soms wordt gesproken. Er bestaan geen significante verschillen in de gemiddelde scores tussen (1) partijen, advocaten en rechters, (2) eisers en gedaagden en (3) de advocaten van eisers en de advocaten van gedaagden. De deelnemers (partijen, advocaten en rechters) bij de Rechtbank ‘s-Hertogenbosch (M = 2.63, SD = .92) hebben de stelling wel significant positiever beantwoord dan de deelnemers bij de Rechtbank Utrecht (M = 2.39, SD = .89).1 In ‘s-Hertogenbosch zijn de verwachtingen ten aanzien van het tot stand komen van een schikking blijkbaar iets hoger dan in Utrecht.2
Partijen
Advocaten
Rechters
Abs
%
Abs
%
Abs
%
1 zeer oneens
35
14.4
36
13.5
13
8.7
2 oneens
96
39.5
102
38.2
48
32.0
3 beetje oneens/beetje eens
70
28.8
85
31.8
73
48.7
4 eens
32
13.2
37
13.9
14
9.3
5 zeer eens
3
1.2
4
1.5
0
0.0
Geen antwoord
7
2.9
3
1.1
2
1.3
Totaal
243
100.0
267
100.0
150
100.0
M = 2.46
SD = .95
M = 2.51
SD = .95
M = 2.59
SD = .78
Deze relatief lage verwachtingen omtrent het tot stand komen van een schikking van partijen, advocaten en de rechter zijn niet verwonderlijk, gezien de resultaten die hiervoor zijn gepresenteerd: partijen en advocaten willen zelf best graag een oplossing voor de zaak tijdens de zitting vinden, maar denken dat de andere partij daar (relatief) negatief tegenover staat. Dit denken alle partijen en advocaten van de andere partij, onafhankelijk of ze eisend of gedaagd zijn. Verder onderschat de rechter hoe graag beide partijen en advocaten in het algemeen een oplossing willen bereiken. Deze negatieve percepties die de verschillende procesdeelnemers ten opzichte van elkaar hebben, dragen waarschijnlijk niet erg bij aan hun verwachting dat er tijdens de zitting een oplossing zal worden gevonden.
Ten slotte blijkt er weinig tot geen samenhang te bestaan tussen de verwachtingen van de deelnemers van dezelfde zitting (tabel 16).
gedaagde
advocaat eiser
advocaat gedaagde
rechter
eiser
.099
.220*
.202*
.130
gedaagde
-
.013
.216*
.103
advocaat eiser
-
.082
.092
advocaat gedaagde
-
.170*
* deze correlatie is significant: p < .05 (2-tailed)