Einde inhoudsopgave
Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort (O&R nr. 115) 2019/5.2.1
5.2.1 Eenmanszaak
mr. drs. C.M. Harmsen, datum 01-07-2019
- Datum
01-07-2019
- Auteur
mr. drs. C.M. Harmsen
- JCDI
JCDI:ADS180096:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
A.D. Belinfante en J.L. de Reede, bewerkt door L. Dragstra, N.S. Efthymiou, A.W. Hins en R. de Lange, Beginselen van het Nederlandse staatsrecht, Deventer: Wolters Kluwer 2015, 18e druk.
Zie: F.M. van Peski, Commentaar Vermogensrecht (losbladig), Den Haag: SDU, artikel 3:15i BW, aant. C.3. De vraag wat behoort tot de vermogenstoestand enerzijds en alles wat het beroep of bedrijf betreft anderzijds wordt in hoofdstuk 8 onderzocht.
Deze denkrichting lijkt ook het best aan te sluiten bij de met de door de administratieplichtige natuurlijke persoon verschuldigde belastingen en daaraan gekoppelde fiscale administratieplicht. Een belastingplichtige natuurlijk persoon met woon- en verblijfplaats in Nederland is in Nederland belasting verschuldigd over zijn gehele vermogen en de winst uit onderneming en omzetbelasting over de in Nederland geleverde goederen en diensten. Een buiten Nederland woonachtige administratieplichtige natuurlijk persoon die (een deel van) zijn beroep of bedrijf in Nederland uitoefent is – afhankelijk van het betrokken belastingregime – in het buitenland inkomstenbelasting verschuldigd. De Nederlandse belastingplicht beperkt zich dan tot de omzetbelasting over de geleverde goederen en diensten in Nederland, waarvan een administratie zal moeten worden gevoerd.
De natuurlijk persoon die in de vorm van een eenmanszaak een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefent in Nederland is verplicht een administratie te voeren op grond van artikel 3:15i BW. Weliswaar staat niet in artikel 3:15i BW dat het bedrijf of beroep in Nederland gevoerd moet worden maar dat is uitgaande van de territoriale werking van de Nederlandse wetgeving logisch.1
Bij het uitoefenen van een eenmanszaak bestaat geen scheiding tussen het zakelijk en privé aangewend vermogen van de natuurlijk persoon. Op grond van artikel 3:15i BW moet hij aantekening houden van zijn gehele vermogenstoestand (zowel zakelijk als privé aangewend vermogen) en van alles betreffende het bedrijf of beroep (en dus niet wat tot het privé domein van de natuurlijk persoon behoort) naar de eisen die aan het bedrijf of beroep kunnen worden gesteld.2
Omdat artikel 3:15i BW van toepassing is op een ieder die als natuurlijk persoon in Nederland een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefent, is het voor de toepasselijkheid van artikel 3:15i BW niet relevant of de natuurlijk persoon de Nederlandse nationaliteit heeft of niet. Om dezelfde reden lijkt het mij voor de toepasselijkheid van artikel 3:15i BW ook niet relevant of de natuurlijk persoon wel of niet in Nederland zijn vaste woon- of verblijfplaats heeft. Dit is niet een criterium dat in artikel 3:15i BW of het vermogensrecht in het algemeen wordt gesteld.
Op grond van dezelfde redenering – namelijk dat artikel 3:15i BW alleen van toepassing is wanneer in Nederland een bedrijf of zelfstandig een beroep wordt uitgeoefend – geldt deze verplichting dan ook niet voor iemand die in Nederland zijn vaste woon- of verblijfplaats heeft maar uitsluitend in het buitenland een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefent. In dat geval zal voor wat betreft de bedrijfs- of beroepsuitoefening moeten worden gehandeld zoals in het desbetreffende buitenland is voorgeschreven. Ook de administratieplicht behoort in dat geval tot het domein van het recht van het desbetreffende buitenland.
Een minder duidelijke situatie doet zich voor wanneer de natuurlijk persoon zijn beroep of bedrijf deels in Nederland en deels in het buitenland uitoefent. Wanneer artikel 3:15i BW letterlijk wordt gelezen, moet de conclusie worden getrokken dat ook in dat geval de verplichtingen van dat artikel in volle omvang van toepassing zijn. Daarmee bedoel ik dat de natuurlijk persoon aantekening moet houden van zijn vermogenstoestand (privé en zakelijk aangewend vermogen, ongeacht waar ter wereld) en van alles betreffende zijn bedrijf of beroep (ongeacht waar ter wereld) omdat hij ook in Nederland een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefent. Voor deze interpretatie kan bijvoorbeeld worden aangevoerd dat het voor het besturen van het bedrijf of beroep niet relevant is waar dit precies wordt uitgeoefend. Het in de vorm van een eenmanszaak uitgeoefende bedrijf of beroep is één geheel en dat zou dan ook voor de administratie moeten gelden. Bovendien staat een natuurlijk persoon met een eenmanszaak met zijn gehele vermogen in voor de schulden van de eenmanszaak en dan moet de administratie ook één geheel zijn. Hier kan tegenin worden gebracht dat het voor de natuurlijk persoon met een eenmanszaak wel zou leiden tot een grote administratieve lastendruk, wanneer hij aan de administratieverplichtingen in meerdere jurisdicties zou moeten voldoen, zeker wanneer de omvang van het uitgeoefende bedrijf of beroep in Nederland beperkt is.
Ik zou er voorstander van zijn om in situaties als deze, de vaste woon- of verblijfplaats van de administratieplichtige natuurlijk persoon de doorslag te laten geven. Wanneer die zich in Nederland bevindt, is artikel 3:15i BW in volle omvang van toepassing. Dat wil zeggen dat ook van het in het buitenland aangewende vermogen en dat van alles betreffende het bedrijf of beroep in Nederland en daarbuiten aantekening moet worden gehouden. Wanneer de administratieplichtige natuurlijk persoon een vaste woon- of verblijfplaats buiten Nederland heeft maar in Nederland een deel van zijn bedrijf of beroep uitoefent, behoeft alleen van het in Nederland aangewende vermogen van alles betreffende de werkzaamheden van het bedrijf- of beroep in Nederland aantekening te worden gehouden. Voor het overige geldt dan de administratieplicht van het andere land.3