Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/9.6.3:9.6.3 Ambtshalve aanvulling van rechtsgronden en ambtshalve aanvulling van rechtsfeiten
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/9.6.3
9.6.3 Ambtshalve aanvulling van rechtsgronden en ambtshalve aanvulling van rechtsfeiten
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS581155:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoe scherp zijn de grenzen tussen ambtshalve aanvulling van rechtsgronden en ambtshalve aanvulling van rechtsfeiten? Bos acht de rechter dankzij zijn vele onderzoeksmogelijkheden tegenwoordig in staat de feitelijke grondslag van een procedure om te vormen tot een aangevulde rechtsgrond.1
De rechter zal naar de mening van Bos (in navolging van Van den Reek)2 hiertoe eerder de neiging hebben, nu rechtsvorming een wezenlijk onderdeel van zijn takenpakket lijkt te zijn geworden en de informatiebehoefte van de rechter zal toenemen in het geval de rechterlijke uitspraak duidelijk verder zal reiken dan de belangen van partijen in het concrete geval. Hij wijst op het feit dat
'in de praktijk het algemene beeld van de actieve rechter op zoek naar de materiële waarheid is ontstaan. De rechter strooit met mededelingsplichten in de richting van partijen, ook al dient hij - als gezegd - de door partijen te bepalen grenzen van het geschil te respecteren en het beginsel van hoor en wederhoor in acht te nemen.'3
Bos wijst daarbij op de inlichtingencomparitie en op het, in het kader van de bewijslastverdeling, nader aanscherpen van de stelplicht van de ene partij in het geval de bewijslast van de andere partij door het tekort aan informatie de doorslag zal geven in de uiteindelijke uitkomst van het geding.4
Hoewel de grenzen tussen ambtshalve aanvulling van rechtsgronden (in beginsel wel toegestaan) en ambtshalve aanvulling van rechtsfeiten (niet toegestaan) in theorie duidelijk zijn, zal de rechter in de praktijk met zojuist genoemde instrumenten toch enige (beperkte) sturing kunnen geven aan de aanvulling van de rechtsfeiten.