Einde inhoudsopgave
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/78
78 Autonome interpretatie
mr. J.F. Vlek, datum 30-10-2014
- Datum
30-10-2014
- Auteur
mr. J.F. Vlek
- JCDI
JCDI:ADS511362:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Voetnoten
Voetnoten
HvJEG 8 december 1987, zaak 144/86, Jur. 1987, p. 4861, NJ 1989/420 m.nt. JCS (Gubisch), r.o. 6-12.
HvJEG 8 mei 2003, zaak C-111/01, Jur. 2003, p. I-4207, NJ 2006/349 m.nt. P. Vlas (Gantner/Basch), r.o. 25; HvJEG 6 december 1994, zaak C-406/92, Jur. 1994, p. I-5439, NJ 1995/659 m.nt. ThMdB (Tatry), r.o. 41.
Zie ook HvJEG 8 december 1987, zaak 144/86, Jur. 1987, p. 4861, NJ 1989/420 m.nt. JCS (Gubisch). Vgl. Magnus/Mankowski/Fentiman, Brussels I Regulation (2nd edition), Sellier 2012, Art. 27 note 8.
HvJEG 8 mei 2003, zaak C-111/01, Jur. 2003, p. I-4207, NJ 2006/349 m.nt. P. Vlas (Gantner/Basch), r.o. 26.
HvJEG 6 december 1994, zaak C-406/92, Jur. 1994, p. I-5439, NJ 1995/659 m.nt. ThMdB (Tatry), r.o. 39.
Vgl. Conclusie AG Tesauro, C-406/92 (Tatry), sub 14.
Het HvJ kiest, zoals gebruikelijk, voor een autonome interpretatie van de begrippen ‘dezelfde oorzaak’ en ‘hetzelfde onderwerp’.1 Wanneer is sprake van hetzelfde onderwerp?
Het begrip ‘hetzelfde onderwerp’ ziet op het doel van de vordering.2 Oftewel, het doel van een vordering tot nakoming van een overeenkomst is hetzelfde als het doel van een vordering tot nietigverklaring van diezelfde overeenkomst. In beide vorderingen staat de vraag centraal of de overeenkomst wel of geen juridische verplichtingen meebrengt.3 Voor de beoordeling of sprake is van hetzelfde onderwerp zijn uitsluitend de vorderingen van de eisers in beide gedingen relevant op het moment van aanbrengen van de zaak, niet de verweermiddelen die een gedaagde eventueel zou kunnen aanvoeren.4 Het begrip ‘dezelfde oorzaak’ ziet op die feiten en rechtsregels die tot staving van de vordering worden aangevoerd.5 De rechtsverhouding die ten grondslag ligt aan de situaties waarop partijen zich beroepen moet identiek zijn. Dat is met name het geval indien de in de ene zaak opgeworpen rechtsvraag logisch voorafgaat aan de vordering in de andere zaak, of wanneer verschillende vorderingen in wezen voortvloeien uit een en dezelfde feitelijke situatie.6