Het budgetrecht van het Nederlandse parlement
Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/2.15:2.15 Tussenconclusie
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/2.15
2.15 Tussenconclusie
Documentgegevens:
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De ontwikkelingen naar aanleiding van de kredietcrisis en de schuldencrisis tonen aan dat ‘meeregeren’ en het controleren van de regering in tijden van crisis moeilijk is voor het parlement. En het is vooral de Tweede Kamer die in deze situaties een rol speelt. In sommige gevallen komt het parlement alleen achteraf aan zet: in spoedeisende gevallen waarin vertrouwelijkheid een grote rol speelt is het voor de regering niet mogelijk om het parlement van te voren, in het openbaar, te informeren, laat staan dat het parlement de mogelijkheid heeft om in te stemmen met deze uitgaven. In spoedeisende situaties lijkt dan ook het adagium nood-breekt-wet te gelden. Het parlement kan in deze situaties alleen achteraf de regering controleren en eventueel sanctioneren. Overigens zonder dat het parlement nog effectieve mogelijkheden heeft om het genomen besluit van de regering terug te draaien.
De kredietcrisis toont aan dat de instrumenten waarmee het parlement greep houdt op het budget in crisissituaties niet altijd inzetbaar zijn. Bovendien zijn naar aanleiding van de verschillende crises aanzienlijke financiële verplichtingen aangegaan op nationaal en Europees niveau. De nog vrij te besteden ruimte op de begroting wordt op deze manier ingeperkt. Bovendien is het aantal financieringsvormen aangegaan buiten de begroting om, zoals garanties, achterborgstellingen en deelnemingen, toegenomen. Daarom is het van groot belang dat er afspraken tussen het kabinet en het parlement zijn gemaakt, neergelegd in onder andere verschillende informatieprotocollen, over hoe in deze situaties zoveel mogelijk aan de informatiepositie van het parlement tegemoet kan worden gekomen, om te voorkomen dat het geheel buiten spel wordt gezet – hoewel het niet kan voorkomen dat het parlement in crisissituaties op de achterbank zit.
Met de versterking van het Europees economisch bestuur in reactie op de eurocrisis lijkt (de uitoefening van) het budgetrecht in toenemende mate beïnvloed te worden door de Europese begrotingsregels en het toezicht daarop.
De crises tonen bovendien aan dat het belang van het materiële budgetrecht is toegenomen.