Einde inhoudsopgave
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/22
22 Ander doel
mr. J.F. Vlek, datum 30-10-2014
- Datum
30-10-2014
- Auteur
mr. J.F. Vlek
- JCDI
JCDI:ADS507674:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie uitgebreid Rodenburg 1985, p. 30 e.v.
Vgl. V.C.A. Lindijer, De goede procesorde. Een onderzoek naar de betekenis van de goede procesorde als normatief begrip in het burgerlijk procesrecht (Diss RUG), Deventer: Kluwer 2006, p. 559. Zie ook onder – veel – meer: HR 22 januari 1999, NJ 1999/715 m.nt. HJS.
Zie reeds HR 26 juni 1959, NJ 1961/533 m.nt. DJV.
HR 12 december 2003, NJ 2004/341 m.nt. WMK, r.o. 3.
Zie de noot van W.M. Kleijn sub 3 onder NJ 2004/341.
Een bevoegdheid kan volgens art. 3:13 lid 2 BW ook worden misbruikt door de bevoegdheid uit te oefenen met een ander doel dan waarvoor zij is verleend. Op het moment dat de wet een bevoegdheid met een bepaald doel verleent kan doeloverschrijding misbruik ervan impliceren. Het criterium is vooral ontwikkeld in het bestuursrecht als toetsingsgrond voor de onrechtmatige overheidsdaad.1 In art. 3:13 lid 2 BW is het criterium ook voor civiele doelgebonden bevoegdheden erkend. De rechthebbende oefent de bevoegdheid uit maar beoogt in werkelijkheid een ander doel dan waarvoor de bevoegdheid is gegeven.
In het procesrecht is voor iedere bevoegdheid wel een bepaald doel aan te wijzen. Zo dient de bevoegdheid om te antwoorden op de eis er toe om het eigen standpunt aan de rechter kenbaar te maken zodat deze zich een goed oordeel over de zaak kan vormen. Evenzo dient bijvoorbeeld hoger beroep ertoe om de beslissing van de lagere rechter te vernietigen en de grieven die men in dat verband kan aanvoeren dienen er (ook) toe om hetgeen appellant in eerste aanleg heeft nagelaten, te verbeteren en aan te vullen.2 Hoger beroep ingesteld in strijd met dit doel kan als misbruik van procesrecht worden aangemerkt.3 Op dezelfde manier kan misbruik worden gemaakt van het beroep in cassatie. De Hoge Raad heeft echter in een zaak over de vermogensrechtelijke afwikkeling van een echtscheiding uitgemaakt dat er in een dergelijk geval bijzondere omstandigheden moeten zijn die op misbruik wijzen. De stelling van de man dat de vrouw door tussentijds cassatieberoep in te stellen het wijzen van het eindarrest uitstelde en daarmee (voorlopig) de schorsing bewerkstelligde van de verplichting tot ontruiming van de echtelijke woning, ging in die zaak niet op.4 Het feit dat het instellen van cassatieberoep tot gevolg heeft dat het wijzen van het eindarrest wordt opgeschort, kan niet leiden tot het oordeel dat eiser het cassatieberoep gebruikt voor een ander doel dan waarvoor de bevoegdheid tot instellen van beroep in cassatie is gegeven. Misbruik van cassatie is tevens niet aan de orde omdat eiser tot cassatie ook inhoudelijk voldoende reden heeft gehad om in cassatie te gaan.5