Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II
Einde inhoudsopgave
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/90:90 Systeem en doelstellingen van de EEX-regeling
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/90
90 Systeem en doelstellingen van de EEX-regeling
Documentgegevens:
mr. J.F. Vlek, datum 30-10-2014
- Datum
30-10-2014
- Auteur
mr. J.F. Vlek
- JCDI
JCDI:ADS511365:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJEG 9 december 2003, zaak C-116/02, Jur. 2003, p. I-14693, NJ 2007/151 m.nt. P. Vlas (Gasser), r.o. 46-47.
HvJEG 9 december 2003, zaak C-116/02 (Gasser), r.o. 45.
HvJEG 9 december 2003, zaak C-116/02 (Gasser), r.o. 50-53.
HvJEG 9 december 2003, zaak C-116/02 (Gasser), r.o. 52.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het HvJ heeft in essentie overwogen dat het systeem en de doelstellingen van de EEX-regeling meebrengen dat de procedureregel van art. 21 EEX-Verdrag (art. 27 EEX-Vo) niet behoeft te wijken voor een forumkeuze ex art. 17 EEX-Verdrag (art. 23 EEX-Vo).1 De hierboven onder 6.2 aangehaalde overweging in het arrest Overseas Union – dat de exclusieve bevoegdheden van met nameart. 16 EEX-Verdrag (art. 22 EEX-Vo) een uitzondering op de litispendentiebepaling vormen – heeft volgens het HvJ niet geprejudicieerd op de uitlegging die in dit geval aan de litispendentiebepaling moet worden gegeven.2 Het laatst aangezochte gerecht is in geen geval beter dan het eerst aangezochte gerecht in staat om te beoordelen of deze laatste bevoegd is. Bovendien dient de eerst aangezochte rechter de gestelde forumkeuze te onderzoeken en dient hij zich onbevoegd te verklaren indien vaststaat dat partijen een forumkeuze in de zin van art. 17 EEX-Verdrag (art. 23 EEX-Vo) zijn overeengekomen. Het HvJ heeft naar zijn rechtspraak over forumkeuzes verwezen en overwogen dat ondanks de verwijzing naar handelsgebruiken in art. 17 EEX-Verdrag (art. 23 EEX-Vo) de daadwerkelijke instemming van partijen met de forumkeuze nog steeds de doelstelling van de bepaling is. Gelet op de geschillen die kunnen rijzen over de vraag of wilsovereenstemming bestaat, strookt het met de door de EEX-Vo verlangde rechtszekerheid, dat bij aanhangigheid duidelijk en nauwkeurig wordt bepaald wie van de twee nationale rechters moet uitmaken of hij volgens de regels bevoegd is. De moeilijkheden die voortvloeien uit eventuele vertragingsmanoeuvres van partijen die de beslechting van het geschil ten gronde wensen te vertragen, kunnen niet afdoen aan de uitlegging van een van de bepalingen van de EEX-Vo, zoals die interpretatie voortvloeit uit de tekst en de doelstelling ervan.3 De uitleg die het HvJ geeft wordt bevestigd door art. 19 EEX-Verdrag (art. 25 EEX-Vo): het gerecht van een EEX-staat waarbij een geschil aanhangig wordt gemaakt met als inzet een vordering waarvoor krachtens art. 16 EEX-Verdrag (art. 22 EEX-Vo) een gerecht van een andere EEX-staat exclusief bevoegd is, verklaart zich ambtshalve onbevoegd. In het geval van een forumkeuze ex art. 17 EEX-Verdrag (art. 23 EEX-Vo) geldt een dergelijke verplichting tot ambtshalve onbevoegd verklaren niet.4