Niet-betaling in de btw
Einde inhoudsopgave
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/2.4.5.2.3:2.4.5.2.3 Neutraliteit tussen eindverbruikers
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/2.4.5.2.3
2.4.5.2.3 Neutraliteit tussen eindverbruikers
Documentgegevens:
dr. mr. B.G.A. Heijnen, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
dr. mr. B.G.A. Heijnen
- JCDI
JCDI:ADS499060:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Omzetbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJ 25 mei 1993, nr. C-193/91, FED 1995/550 (Mohsche).
HvJ 7 maart 2013, nr. C-424/11, V-N 2013/28.17 (Wheels Common Investment Fund Trustees).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Neutraliteit dient daarnaast ook tussen eindverbruikers te bestaan. Swinkels noemt als voorbeeld de ondernemer die tot het bedrijfsvermogen behorende goederen voor privédoeleinden gebruikt. Uit de zaak Mohsche1 kan worden afgeleid dat het btw-systeem vergt dat een ondernemer dezelfde lasten aan belasting moet ondervinden als een persoon die de betreffende goederen als privépersoon verwerft. In dit licht kan ook worden verwezen naar HvJ Wheels Common Investment Fund Trustees.2 In dit arrest stond de vraag centraal of pensioenfondsen, die een zogenoemde ‘defined benefit’-pensioenregeling uitvoeren, kunnen worden aangemerkt als een ‘gemeenschappelijk beleggingsfonds’ in de zin van art. 135 lid 1 onderdeel g Btw-richtlijn. Na in herinnering te hebben gebracht dat de lidstaten bij de uitoefening van de hun toegekende bevoegdheid om het begrip ‘gemeenschappelijke beleggingsfondsen’ te omschrijven rekening dienen te houden met de doelstellingen die de Btw-richtlijn nastreeft alsook met het aan het gemeenschappelijke btw-stelsel inherente beginsel van fiscale neutraliteit, merkt het HvJ onder meer op dat:
‘19. (…) de vrijstelling voor verrichtingen in verband met het beheer van gemeenschappelijke beleggingsfondsen met name tot doel heeft, beleggen in effecten via beleggingsinstellingen voor beleggers te vergemakkelijken door de btw-kosten uit te sluiten en er aldus voor te zorgen dat het gemeenschappelijke btw-stelsel fiscaal neutraal is wat de keuze tussen rechtstreeks beleggen in effecten en beleggen via gemeenschappelijke beleggingsfondsen betreft.’