Ambtshalve toepassing van EU-recht
Einde inhoudsopgave
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/9.4.1:9.4.1 Houdbaarheid artikel 149 Rv in licht EU-recht
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/9.4.1
9.4.1 Houdbaarheid artikel 149 Rv in licht EU-recht
Documentgegevens:
Mr. A.G.F. Ancery, datum 01-08-2012
- Datum
01-08-2012
- Auteur
Mr. A.G.F. Ancery
- JCDI
JCDI:ADS304590:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
316.
Is met het Pénzügyi-arrest artikel 149 Rv buiten toepassing gesteld voor consumentenzaken die vallen onder de werkingssfeer van de Richtlijn oneerlijke bedingen? Dat lijkt mij niet. Artikel 149 Rv brengt immers 'slechts' mee dat de rechter partijen niet kan passeren bij de waarheidsvinding. Maar het is niet zo dat de rechter niets mag doen in het proces van de feitengaring. Immers, het wetboek van burgerlijke rechtsvordering geeft hem al tal van instructiebevoegdheden, zowel met betrekking tot het verloop van de procedure als met betrekking tot de inhoud van het dossier. Met deze bevoegdheden zal hij in voldoende mate invulling kunnen geven aan hetgeen het HvJ EU van hem verlangt. Door aanwending van die bevoegdheden zal hij in staat zijn te bepalen of een beding in kwestie onder de werkingssfeer van de Richtlijn valt.
Die instructiebevoegdheden van de Nederlandse rechter werken ook door in fase twee, de uitoefening van de oneerlijkheidstoets. Immers, die bevoegdheden brengen met zich dat de rechter invloed kan uitoefenen op de inhoud van het dossier en dus ook op de vraag of de voor de oneerlijkheidstoets noodzakelijke gegevens, feitelijk en rechtens ter beschikking staan. Hoewel het HvJ EU in die fase geen instructieplicht op de nationale rechters legt, zal de Nederlandse rechter zijn bevoegdheden zoveel moeten aanwenden teneinde de effectiviteit van het EU-recht te garanderen. Dat volgt uit het beginsel van loyale samenwerking alsmede uit het Van Schijndel-arrest.