Conversie en aandelen
Einde inhoudsopgave
Conversie en aandelen (VDHI nr. 149) 2018/16.2.6:16.2.6 Bevoegdheid tot verrekening verpande vorderingen
Conversie en aandelen (VDHI nr. 149) 2018/16.2.6
16.2.6 Bevoegdheid tot verrekening verpande vorderingen
Documentgegevens:
mr. P.H.N. Quist, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. P.H.N. Quist
- JCDI
JCDI:ADS367017:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Met verwijzing naar het hieromtrent in de vorige paragraaf betoogde, meen ik dat verrekening als een wijze van inning van een vordering kan worden beschouwd. Verrekening kan alleen geschieden door degene die tot inning bevoegd is, zijnde de pandhouder (3:246 lid 1 BW). De bevoegdheid tot verrekening komt derhalve in beginsel aan de pandhouder, en dus niet aan de pandgever wanneer het pandrecht aan de schuldenaar bekend is geworden door erkenning of betekening (3:246 BW). Zo lang de verpanding niet aan de schuldenaar bekend is komt deze bevoegdheid aan de pandgever toe, al zal hij zich in veel gevallen in de pandakte jegens de pandhouder hebben verbonden daartoe niet zonder diens toestemming over te gaan. De vennootschap die niet van de verpanding van de vordering op de hoogte is, staat niets in de weg om met verrekening in te stemmen.
Na mededeling van de verpanding van de vordering aan de schuldenaar kan de pandgever slechts tot verrekening overgaan indien hij daartoe toestemming van de pandhouder of machtiging van de kantonrechter heeft verkregen. De schuldenaar die weet heeft van de verpanding van de vordering van de pandgever weet dat deze niet bevoegd is tot verrekening en kan dan ook niet instemmen met verrekening.