Einde inhoudsopgave
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/1.5
1.5 Relevantie van het onderzoek
mr. S. Renssen, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. S. Renssen
- JCDI
JCDI:ADS389879:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Nethe 2008, p. 283-285.
Nethe 2013-1, p. 798-802. Nota Bene: ik heb geprobeerd de nieuwste gegevens met betrekking tot de aantallen turboliquidaties bij de centrale Kamer van Koophandel op te vragen, maar tegenwoordig kost een dergelijke ‘search-opdracht’ volgens medewerkers van de Kamer van Koophandel tussen de € 1.500,- en € 2.000,-, voor welk onderzoek geen budget ter beschikking is. Ik vind het uitzonderijk onbevredigend dat in het kader van onderzoek ten behoeve van de publieke zaak een individuele onderzoeker dergelijke bedragen moet betalen aan een bestuursorgaan.
Zie ook Kamerstukken II 2012/13, 32 608, nr. 4 (Brief), p. 3.
Kamerstukken II 2012/13, 33 695, nr. 2 (Verslag van een algemeen overleg), p. 5.
Kamerstukken II 2012/13, 33 695, nr. 2 (Verslag van een algemeen overleg), p. 23.
Uit een steekproef gehouden door de Kamer van Koophandel volgt dat tweederde van de in 2007 krachtens een besluit van de algemene vergadering ontbonden BV’s ex artikel 2:19 lid 4 BW direct ophielden te bestaan.1 Met andere woorden: in 2007 werd tweederde van de BV’s ontbonden door middel van een turboliquidatie. In 2012 werd 85% tot 90% van de rechtspersonen ontbonden via een turboliquidatie. Dat jaar werd ruim drie kwart van de krachtens een besluit van de algemene vergadering ontbonden BV’s turbogeliquideerd.2 Omdat de turboliquidatie als wijze van ontbinding van BV’s veelvuldig wordt toegepast, is het van belang een gedegen onderzoek te verrichten naar de huidige wettelijke regeling, de uitwerking daarvan in de praktijk en de gevolgen voor de verschillende betrokken actoren.
De maatschappelijke relevantie van het onderzoek is bovendien gelegen in het vereenvoudigende effect dat de turboliquidatie heeft op de mogelijkheid tot BV-fraude. De nadelige gevolgen van BV-fraude zijn immers niet gering. BV-fraude heeft allereerst grote economische schade tot gevolg, nu hierdoor de integriteit en de veiligheid van het handelsverkeer wordt aangetast. De samenleving als geheel wordt op deze wijze benadeeld. Bovendien worden de hoge (maatschappelijke) kosten die gepaard gaan met fraude veelal op het bedrijfsleven afgewenteld. Hiervan ondervinden vooral ondernemers en individuele burgers – consumenten – nadeel. Daarnaast leidt de overheid als ontvanger van belastinggeld schade. Tot slot worden het beginsel van eerlijke belastingheffing en de houdbaarheid van een toegankelijk en eenvoudig belastingstelsel aangetast, doordat BV-fraude in geval van financieel-economische fraudevormen gepaard gaat met belastingontduiking en/of misbruik van fiscale faciliteiten. Dit heeft tot gevolg dat de economische orde en integriteit alsmede het gelijkheidsbeginsel onder druk komen te staan.3 Tot slot is de maatschappelijke relevantie van het onderzoek ook gelegen in de ontbrekende aandacht voor (misbruik van) de turboliquidatie als ontbindingswijze van de BV binnen de Nederlandse overheid. Uit een inventarisatie van Kamerstukken e.d. blijkt dat het fenomeen (misbruik van) turboliquidatie slechts één keer ter sprake is gekomen tijdens een overleg van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie met de minister en voormalig staatssecretaris Teeven. Schouw (Tweede Kamerlid) vraagt gedurende dit overleg aandacht voor misbruik van turboliquidaties:
‘Ik doe de minister twee suggesties en vraag hem om daarop in te gaan. De eerste is het misbruik van de turboliquidatie. Ik hoef de minister natuurlijk niets te vertellen want hij weet precies wat het probleem daarmee is. Ik hoor graag hoe hij dat denkt op te lossen.’4
‘Ik was aangekomen bij de turboliquidatie: hoe voorkom ik misbruik daarvan? Met <<turboliquidatie>> wordt een snelle doorstart beoogd. Dat weet iedereen, hoop ik. In het wetgevingsprogramma Herijking faillissementsrecht is een aantal instrumenten voorzien waarmee beoogd wordt om een doorstart te vergemakkelijken. Ik noem de stille bewindvoering, het dwangakkoord en alle instrumenten voorzien in de rechterlijke controle. Misbruik wordt zo voorkomen. Dat is verpakt in het hele wetgevingsprogramma.’5
Uit bovenstaande volgt enerzijds dat er bij de Nederlandse overheid (nog) geen aandacht bestaat voor de turboliquidatie en de nadelige gevolgen die hier momenteel aan kleven en anderzijds dat er een misvatting bestaat over de inhoud van het begrip turboliquidatie. Een gedetailleerd onderzoek naar de turboliquidatie, de misvattingen hieromtrent en de haken en ogen die eraan verbonden zijn, is daarom mijns inziens zeer gewenst.