Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/8.2
8.2 Knelpunten bij de beoordeling van instrumenteel vennootschaps- en effectenrecht
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS574358:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Voetnoten
Voetnoten
G. Raaijmakers (2006), p. 25.
Dit kan tot gevolg dat wanneer de maatschappelijke opvattingen over de doelstellingen van het recht — al dan niet expliciet — wijzigen, terwijl dit niet tot uitdrukking komt in wijzigingen van de in het recht opgenomen voorschriften, met deze (gewijzigde) doelstellingen conflicterende voorschriften ontstaan.
Met 'ontbreken' doel ik niet alleen op 'onderbelicht zijn' in de totstandkomingsgeschiedenis van wet- en regelgeving, zoals ik hieronder uiteen zal zetten.
Een 'juridisch dogmatische' maatstaf zie ik — in navolging van De Geest (2004), p. 59, Van Rhee (2004), p. 198, en AsserNranken (2005), p. 1, de laatste spreekt overigens over 'juridisch technisch' — als een maatstaf die gebaseerd is op een coherent geheel van begrippen en regels voortvloeiend uit de wetsgeschiedenis, rechtsbeginselen, het systeem van het recht, precedenten en interpretatiemethoden.
Zie ook G. Raaijmakers (2006), p. 10.
In die zin ook G. Raaijmakers (2006), p. 23-26.
Ondanks deze initiatieven, consultaties, analyses en evaluaties blijft de beoordeling van de kwaliteit van voorschriften in vennootschapsrechtelijke en effectenrechtelijke wet- en regelgeving problematisch. Dat heeft een aantal oorzaken. De eerste is dat de beoogde en niet-beoogde gedragseffecten van de in die wet- en regelgeving opgenomen voorschriften — ook bij de hierboven genoemde initiatieven, consultaties, analyses en evaluaties — vaak onderbelicht blijven.1 Een tweetal andere oorzaken is reeds in hoofdstuk 2 besproken. De doelstellingen van het Nederlandse vennootschaps- en effectenrecht zijn, als deze al zijn omschreven, niet altijd consistent en scherp omschreven. De doelstellingen van, voorschriften in, het vennootschaps — en effectenrecht, kunnen vanwege hun tijdsgebondenheid bovendien aan veranderingen onderhevig zijn.2
Het belangrijkste knelpunt bij de beoordeling of de in het vennootschaps- en effectenrecht opgenomen voorschriften er in (kunnen) slagen de doelstellingen van deze rechtsgebieden te bereiken is echter dat daarvoor een maatstaf een beoordelingskader — ontbreekt.3 Vanwege het uit de instrumentele functie van het vennootschaps- en effectenrecht voortvloeiende streven om door middel van de in het vennootschaps- en effectenrecht opgenomen voorschriften gedragseffecten te bereiken, gaat het daarbij bovendien niet (alleen) om het ontbreken van juridisch dogmatische4 maatstaven. Om te kunnen toetsen of beoogde gedragveranderingen daadwerkelijk worden bereikt — en met hoeveel inspanningen, kosten en eventuele neveneffecten dit gepaard gaat — zijn andere dan juridische maatstaven nodig: de gereedschapskist van de jurist schiet hier tekort.5
Van dit tekortschieten is in sterkere mate sprake naarmate de instrumentele functie van het vennootschaps- en effectenrecht belangrijker wordt en — in samenhang daarmee — de doelstelling van in het vennootschaps- en effectenrecht opgenomen voorschriften meer en meer is gelegen in beïnvloeding van gedrag van betrokkenen bij beursvennootschappen en op de effectenmarkt.6 Het belang om niet alleen vanuit juridisch dogmatisch perspectief de doelstellingen van de in het vennootschaps- en effectenrecht opgenomen voorschriften te onderzoeken neemt hierdoor (verder) toe. In deze studie onderzoek ik om die reden de doelstellingen en vormgeving van de in het vennootschaps- en effectenrecht opgenomen publicatieverplichtingen (mede) vanuit een ander perspectief dan het juridische; namelijk vanuit het rechtseconomische perspectief.