Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/9.1
9.1 Recht is rechtvaardigheid
prof. mr. A.Q.C. Tak, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. mr. A.Q.C. Tak
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Hans Kelsen, Reine Rechtslehre: Einleitung in die rechtswissenschaftliche Problematik, Leipzig/Wien: Deuticke 1934; 2e vollständige neu bearbeitete und erweiterte Auflage, Wien: Deuticke 1960 (zie m.n. p. 42, en p. 13 over das Gesetz über Massnahmen der Staatsnotwehr vom 03.07.1934, RGBl. 1934, I, S. 529). De leer van Kelsen ondervond reeds felle kritiek in eigen huis van Rudolf von Laun in diens Rektoratsrede Recht und Sittlichkeit uit 1924, waarover Rainer Biskup, Launs Kampf gegen den Postivismus im Recht: seine Lehre von der Autonomie des Rechts; Launlezing 2011, Geert Grote Universiteit 2011.
Hierover mijn Demokratie in relatie tot Recht en Politiek; Deventer: Wolters Kluwer 2017, hfst. 3.
Om na een kwart eeuw bestaan waarde en betekenis van de Algemene wet bestuursrecht te beoordelen, lijkt de Awb-rechtspraak de betrouwbaarste maatstaf. Alle recht vindt immers zijn ultieme concretisering uiteindelijk in de rechtspraak. Dankzij de automatisering zijn bovendien de meeste rechterlijke uitspraken inmiddels vrij eenvoudig toegankelijk. TE toegankelijk wellicht, en delen zij het daaraan verbonden lot van regel- en normstelling in deze eeuw van de digitalisering. Het lot van verschraling van kennis tot pockettablet en van ontmenselijking van wat nu nog rechtstoepassing heet.
Recht is rechtvaardigheid. Het is het ‘suum cuique tribuere’, het ongrijpbare ‘ieder het zijne geven’. Hoezeer de opvattingen daarover echter kunnen verschillen blijkt wel het duidelijkst uit het schrijnende opschrift boven de poort van de Nazi-executieplaats in Buchenwald: het afgrijselijke ‘Jedem das Seine’.
Duivelser kon de waarschuwing niet zijn. De waarschuwing tegen het uit handen geven van de sanctionering van deze rechtvaardigheid aan een politieke overheid. Een waarschuwing niet alleen voor het gevaar van ‘rechts’ of van ‘links’, maar voor iedere vorm van dictatuur, zelfs al berust die op een democratische rechtsvorm als wet of referendum.
Slechts in handen van rechters die volstrekt onafhankelijk zijn van de politieke overheid kan rechtvaardigheid worden betracht; kan rechtvaardig ieder het zijne worden gegeven. Dat komt, omdat rechters (anders dan politieke leiders), dienen vast te stellen wat in een concreet geval te gelden heeft als rechtvaardigheid, en dus als recht. Politieke leiders, wetgevers en bestuurders dienen rechtszekerheid te geven; zij dienen in abstracto de burger voor te houden waar deze (naar democratisch gelegitimeerde opvatting) op mag vertrouwen als (in principe) leidend tot recht, tot rechtvaardigheid: wet en bestuursbesluit. Maar dat dit zelf ook recht is; dat wet en bestuursbesluit recht zijn, is het misverstand van het rechtspositivisme onder Kelsen, dat leidde tot Buchenwald.1 Het rechtspositivisme, dat vorm en procedure verwart en vereenzelvigt met inhoud; dat zich niet inlaat met de vraag, wat die inhoud eigenlijk is. Het is de Verlichte erfenis van Aristoteles, die enkel het rationeel logische en tastbare kent, kán kennen, en daarom in wezen geen grotere tegenpool en vijand ziet dan de begrippenwereld van zijn leermeester Plato.2