Sleutels voor personenvennootschapsrecht
Einde inhoudsopgave
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/2.5.5.3:2.5.5.3 Overige rechtsposities
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/2.5.5.3
2.5.5.3 Overige rechtsposities
Documentgegevens:
Chr.M. Stokkermans, datum 28-02-2017
- Datum
28-02-2017
- Auteur
Chr.M. Stokkermans
- JCDI
JCDI:ADS592789:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Het begrip ‘rechtspositie’ wordt besproken in 3.4.2.1.
Vgl. de tekst van art. 3:170 lid 2 BW (beheersregeling bij gemeenschap), die beperkt is tot goederen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Omschrijft men ‘maatschapsvermogen’ louter met het oog op verhaalsaansprakelijkheid, dan hoeven daar slechts goederen en schulden toe gerekend te worden. Voor andere doeleinden kan men een ruimere omschrijving kiezen. Denk aan de rechtspositie van de koper, die in voorkomende gevallen mede het recht omvat om de koopovereenkomst te vernietigen of te ontbinden. Denk ook aan het recht van ingebrekestelling en aan een rechtspositie uit hoofde van de precontractuele redelijkheid en billijkheid, die een recht op dooronderhandelen kan omvatten. Of aan het recht op nakoming jegens de vennoot die inbreng op arbeid heeft toegezegd, aan het lidmaatschap van een vereniging, aan vergunningen die geen vermogensrechten zijn en aan volmachten die door de gezamenlijke vennoten aan medewerkers of derden zijn gegeven. Kortom: in een ruime omschrijving kunnen tot het maatschapsvermogen alle rechtsposities worden gerekend die in de uitoefening van de gezamenlijke activiteiten door de gezamenlijke vennoten als zodanig zijn verkregen.1 Het begrip maatschapsvermogen is dan even veelomvattend als het begrip ‘vermogen’ dat voor rechtspersonen wordt gehanteerd in de regeling van de juridische fusie (art. 2:309 BW).
De genoemde bijzondere rechtsposities zijn niet zozeer van belang voor het afgescheiden karakter van het maatschapsvermogen, waarbij het gaat om de vraag welke schulden op welke goederen verhaalbaar zijn. Het ruime begrip maatschapsvermogen, dat mede deze overige rechtsposities omvat, is wél van belang om te kunnen vaststellen wie ter zake beheershandelingen mag plegen. Behoort een rechtspositie tot het maatschapsvermogen, dan vinden de beheersregels van Boek 7A BW toepassing.2 Deze regels gelden voor alle soorten gemeenschappelijke rechtsposities, niet alleen goederen.3
Na een vennotenwissel – dit is een wijziging in het vennotenbestand waarbij de identiteit van het samenwerkingsverband en het daarbij behorende vermogen blijven bestaan – kan een gecompliceerde situatie ontstaan. Heeft de oude groep vennoten goederen gekocht, dan brengt een vennotenwissel geen automatische overgang mee van de rechtspositie van de koper op de nieuwe groep vennoten. De verkoper mag de oude vennoten nog als zijn wederpartij aanmerken, maar hij mag ook de nieuwe groep vennoten aanspreken. Uit de voortzetting van de maatschap mag hij afleiden dat de nieuwe groep vennoten door de oude groep vennoten is belast met het op eigen naam uitoefenen van de rechtspositie van de koper onder de koopovereenkomst. Is voorafgaand aan een vennotenwissel de oude groep vennoten als zodanig in gebreke gesteld, dan is die ingebrekestelling na de vennotenwissel verbindend voor de nieuwe groep vennoten q.q.
Het ruime begrip maatschapsvermogen is ook relevant bij het faillissement van de maatschap, dat nu aan de orde komt. Dit faillissement kan worden opgevat als het faillissement van al degenen die gerechtigd zijn tot de rechtsposities die tot het ruim opgevatte maatschapsvermogen behoren als zodanig (q.q.). Zij gaan alleen q.q. failliet, niet persoonlijk.