Einde inhoudsopgave
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/8.2.3.2
8.2.3.2 Aard van de trust
Mr. dr. A.E. de Leeuw, datum 29-02-2020
- Datum
29-02-2020
- Auteur
Mr. dr. A.E. de Leeuw
- JCDI
JCDI:ADS232851:1
- Vakgebied(en)
Vermogensbelasting (V)
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
De verleiding bestaat wellicht om de legal owner te beschouwen als juridisch eigenaar en de equitable owner als economisch eigenaar. Gezien het verschil tussen het Engelse en het Nederlandse rechtssysteem wekt het gebruik van dergelijke terminologie mijns inziens echter de verkeerde indruk. Derhalve zal ik de Engelse terminologie blijven hanteren en spreken van legal respectievelijk equitable ownership, interest, etc. De term “equitable interest” relateert aan de omstandigheid dat oorspronkelijk slechts courts of equity dit erkenden (Underhill and Hayton 2016, pagina 78).
Underhill and Hayton 2016, pagina 4. Zie evenwel Boer, dissertatie 2011, paragraaf 6.6.2, waar hij refereert aan fiscale literatuur waarin betoogd is dat een business trust (een meer ondernemingsgerichte trust) rechtspersoonlijkheid zou hebben.
Zie Underhill and Hayton 2016, pagina 16.
In Underhill and Hayton 2016, pagina 19, wordt de trust omschreven als “an equitable fiduciary obligation which creates a proprietary interest in the beneficiaries capable of binding third parties”.
Zie Underhill and Hayton 2016, pagina 21 e.v. voor een uitgebreide opsomming.
Vergelijk W.J. Zwalve, C.Æ. Uniken Venema’s Common Law & Civil Law: inleiding tot het Anglo-Amerikaanse vermogensrecht, W.E.J. Tjeenk Willink Zwolle 2000, pagina 285 e.v.
Voluit “tracing the trustfund into its product”. Zie hierover bijvoorbeeld Boer, dissertatie 2011, paragraaf 6.3.1, alsmede Zwalve 2000, pagina 286 en 288 e.v.
Zie nader paragraaf 8.2.3.7.2 voor de mogelijke acties die de beneficiary ten dienste staan indien de trustee in breach of trust handelt.
Zie Zwalve 2000, pagina 289, die een uitgebreide beschrijving van omstandigheden waaronder tracing van een goed toch niet mogelijk blijkt, omdat dit niet identificeerbaar is als zijnde het goed dat een trustgoed vervangt.
In dit geval is sprake van een constructive trust, zie Boer, dissertatie 2011, paragraaf 6.3.1. Zie voor de constructive trust nader paragraaf 8.2.3.3.
Voluit bona fide purchaser of a legal interest for value without notice of the equitable interest affecting it (Underhill and Hayton 2016, pagina 79).
Zie Hayton 1996, pagina 11.
Zie Zwalve 2000, pagina 286, alsmede Gilissen, dissertatie 2012, pagina 70.
Dit uitgangspunt wordt “the polar star of equity” genoemd en de verkrijger in deze context “equity’s darling”, zie F. Sonneveldt, De Anglo-Amerikaanse trust en de Successiewet 1956, Sdu Den Haag, pagina 22 en Megarry & Wade 2019, paragrafen 4-012 en 4-013: Legal rights are good against all the world; equitable rights are good against all persons except a bona fide purchaser of a legal estate for value without notice, and those claiming under such a purchaser.
Gilissen, dissertatie 2012, pagina 135.
Dit geldt zowel voor het trustvermogen en de vruchten daarvan, als voor goederen die bevoegdelijk door de trustee verkregen zijn in de plaats van (oorspronkelijk) tot het trustvermogen behorende goederen (Underhill and Hayton 2016, pagina 3).
Vergelijk in dit verband artikel 3:127 lid 2 sub a van het Curaçaose BW (te vinden in de Landsverordening van de 15de december 2011 houdende aanvulling van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek met bepalingen inzake trusts). Het Curaçaose recht kent als civil law jurisdictie van oorsprong het concept van een trust niet, noch het onderliggende concept van legal en equitable ownership. Bij de introductie van de trust in het Curaçaose BW heeft men derhalve expliciet bepaald dat de goederen van de trust een afgescheiden vermogen vormen en geen deel uitmaken van het vermogen van de trustee.
Dat overigens aan meer dan één persoon kan worden toegekend, zowel gelijktijdig als volgtijdelijk (zie Zwalve 2000, pagina 294).
Die hebben dan slechts verhaal op het equitable interest zelf, niet op het trustvermogen; zie Zwalve 2000, pagina 295.
Althans niet in zijn hoedanigheid van trustee. Het is mogelijk dat de trustee tevens één van de beneficiaries is en dat hij in die hoedanigheid een (potentieel) economisch belang heeft. Bij totstandkoming van de trust kunnen zowel de bevoegdheid tot overdracht als de mogelijkheid van verhaal door crediteuren worden uitgesloten, zie Gilissen, dissertatie 2012, pagina 70.
Vergelijk Zwalve 2000, pagina 296.
De trust is moeilijk in te passen in ons civiele recht, dat niet bekend is met deze rechtsfiguur, noch met het daaraan verbonden concept van het naast elkaar bestaan van legal ownership (bij de trustee) en equitable ownership1 (bij de beneficiaries). Om hier stil te staan bij alle juridische gevolgen die aan de trustverhouding verbonden zijn gaat te ver, maar voor een goed begrip van wat deze verhouding (mede) inhoudt, is mijns inziens van belang om het volgende in gedachten te houden:
Een trust heeft geen rechtspersoonlijkheid:2 het is de trustee die de legal title van het trustvermogen houdt, die met derden handelt en bijvoorbeeld overeenkomsten met hen sluit, alsmede degene die in rechte optreedt.3
Een trust is geen overeenkomst4 en deze wordt derhalve ook niet beheerst door het Engelse overeenkomstenrecht. Tussen trusts en overeenkomsten bestaat een behoorlijk aantal verschillen, waaronder de omstandigheid dat de rechter een veel uitgebreidere rol speelt in het geval van trusts.5
De bij een trust naast elkaar bestaande legal ownership en equitable ownership worden wel voorgesteld als een splitsing van eigendom. Het schept evenwel vermoedelijk meer duidelijkheid om de positie van trustee en beneficiary te vergelijken met die van een hoofdgerechtigde en een beperkt gerechtigde, hoewel ook deze vergelijking op bepaalde punten mank gaat.6 Aan een equitable interest zijn namelijk bepaalde zakenrechtelijke aspecten verbonden:
De beneficiary heeft het recht van “tracing”7, dat zich op twee wijzen uit. Stel dat de trustee in strijd met de voorwaarden van de trust een tot het trustvermogen behorend goed vervreemd heeft. De beneficiary heeft dan een aantal mogelijkheden, waaronder8 de volgende:
Ter zake van het trustvermogen kan sprake zijn van zaaksvervanging: ook goederen die in de plaats komen voor goederen waarop het trustverband rust, kunnen onder het trustverband komen. De beneficiary heeft dan met betrekking tot de nieuwe goederen dezelfde rechten als hij had ter zake van de oorspronkelijke. Wel is noodzakelijk dat de vervangende goederen identificeerbaar zijn.9
Daarnaast heeft de beneficiary onder omstandigheden de mogelijkheid om de verkrijger van het trustgoed aan te spreken: deze heeft het goed verkregen onder de last van het trustverband en houdt het derhalve in beginsel on trust10 voor de beneficiary. De verkrijger kan dan verplicht worden tot overdracht van het goed aan de beneficiary of aan een nieuwe trustee. De verkrijger geniet evenwel bescherming indien hij een “bona fide purchaser for value without notice”11 is, oftewel indien hij te goeder trouw verkregen heeft (zonder te (moeten) weten van het trustverband12) en tegen een tegenprestatie13.14 Indien de verkrijger wel te goeder trouw is, maar om niet verkregen heeft, geniet hij een beperktere bescherming: de beneficiary moet eerst de trustee aanspreken, voordat hij bij de verkrijger van het trustgoed aanklopt15.
De trustee is weliswaar de legal owner van het trustvermogen, maar dit wordt aangehouden ten gunste van de beneficiaries (of het charitatieve doel waarvoor de trust is ingesteld) en maakt geen deel uit van het privévermogen van de trustee. Dit uit zich in de omstandigheid dat de crediteuren van de trustee zelf geen verhaal hebben op het trustvermogen.16 Men kan het trustvermogen in zoverre als een afgescheiden vermogen zien.17
De beneficiary zou derhalve in zeker zin vergeleken kunnen worden met de rechthebbende tot een beperkt zakelijk recht, waarbij de trustee dan de hoofdgerechtigde is, wiens eigendom bezwaard en beperkt wordt door het recht van de beneficiary. De splitsing die legal en equitable ownership met zich brengen, verschilt evenwel van de splitsing die bij het vestigen van een beperkt zakelijk recht tot stand wordt gebracht. Het equitable interest18 vertegenwoordigt het gehele economische belang bij het trustvermogen. Het is in beginsel overdraagbaar, het kan vererven en het is in principe ook vatbaar voor verhaal door crediteuren van de beneficiary19. De legal ownership vertegenwoordigt daarentegen de zeggenschap ter zake van de onder trustverband gebrachte goederen. De trustee heeft echter geen economisch belang bij deze goederen.20 De trust leidt derhalve tot een splitsing van macht en belang, die bij een beperkt zakelijk recht naar Nederlands recht niet op die manier voorkomt: zowel de beperkt gerechtigde als de hoofdgerechtigde hebben in dat geval beide een deel van de macht en een deel van het economische belang.21